sympathiseren
werkwoordBetekenis
- tot iets aangetrokken worden
Vervoeging van sympathiseren
sympathiserenhele werkwoord — sympathiseerdeverleden tijd enkelvoud — sympathiseerdenverleden tijd meervoud — gesympathiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sympathiseer | sympathiseerde |
| jij | sympathiseert | sympathiseerde |
| hij, zij, het | sympathiseert | sympathiseerde |
| wij | sympathiseren | sympathiseerden |
| jullie | sympathiseren | sympathiseerden |
| zij | sympathiseren | sympathiseerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gesympathiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gesympathiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesympathiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesympathiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesympathiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesympathiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesympathiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesympathiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesympathiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesympathiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesympathiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesympathiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesympathiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesympathiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesympathiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesympathiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesympathiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesympathiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sympathiseer | gebiedende wijs |
| sympathiseerde | verleden tijd |
| sympathisere | aanvoegende wijs |
| sympathiserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesympathiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te sympathiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen sympathiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gesympathiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesympathiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesympathiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal sympathiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal sympathiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal sympathiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gesympathiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesympathiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesympathiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou sympathiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou sympathiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou sympathiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesympathiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesympathiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesympathiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden sympathiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden sympathiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden sympathiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesympathiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt sympathiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesympathiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesympathiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesympathiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen sympathiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen sympathiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen sympathiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen sympathiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesympathiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult sympathiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eenstemmig denken met een ander’ voor het eerst aangetroffen in 1784
Woordfamilie van sympathiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesympathiseerd | voltooid deelwoord | sympathiseren |
| sympathiseer | gebiedende wijs | sympathiseren |
| sympathiseerde | verleden tijd | sympathiseren |
| sympathiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | sympathiseren |
| sympathiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | sympathiseren |
| sympathisere | aanvoegende wijs | sympathiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sympathiseren zijn vastgelegd.