Naar de inhoud

overdrukken

opnieuw drukken

overdrukken is meer dan één woord

overdrukken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. opnieuw drukken
  2. met behulp van de drukpers op iets anders overbrengen
  3. boven een bepaalde oplage, meer dan het bepaalde aantal drukken

Vervoeging van overdrukken

overdrukkenhele werkwoord — drukte oververleden tijd enkelvoud — drukten oververleden tijd meervoud — overgedruktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik druk over drukte over
jij drukt over drukte over
hij, zij, het drukt over drukte over
wij drukken over drukten over
jullie drukken over drukten over
zij drukken over drukten over
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
druk over gebiedende wijs
drukte over verleden tijd
er is overgedrukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overgedrukt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overgedrukt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overgedrukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overgedrukt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overgedrukt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overgedrukt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overgedrukt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overgedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overgedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overgedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overgedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgedrukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
over te drukken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
over te zullen drukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
over zal drukken bijzin, toekomende tijd
over zou drukken bijzin, voorwaardelijk
over zouden drukken bijzin, voorwaardelijk
over zoudt drukken bijzin, voorwaardelijk
over zullen drukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
over zullen drukken bijzin, toekomende tijd
over zult drukken bijzin, toekomende tijd
overdruk bijzin, tegenwoordige tijd
overdrukkend onvoltooid, deelwoord
overdrukt bijzin, tegenwoordige tijd
overdrukte bijzin, verleden tijd
overdrukten bijzin, verleden tijd
overgedrukt verleden tijd, deelwoord
overgedrukt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overgedrukt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overgedrukt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgedrukt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgedrukt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgedrukt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overgedrukt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overgedrukt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgedrukt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgedrukt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben overgedrukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overdrukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overgedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overgedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overgedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overgedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overgedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overgedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overdrukken bijzin, toekomende tijd
zal overgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overgedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn overgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overgedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overdrukken bijzin, voorwaardelijk
zou overgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) overdrukken over zou(dt) drukken bijzin, voorwaardelijk
zouden overdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overdrukken bijzin, voorwaardelijk
zouden overgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt overdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overdrukken bijzin, voorwaardelijk
zoudt overgedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overgedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen overdrukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overdrukken bijzin, toekomende tijd
zullen overgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overgedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overgedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult overdrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord overdruk

Herkomst

samenstelling van over bw en drukken ww

Woordfamilie van overdrukken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
druk over gebiedende wijs overdrukken
drukke over woordvorm overdrukken
drukken over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon overdrukken
drukt over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overdrukken
drukte over verleden tijd overdrukken
drukten over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overdrukken
overdrukkend onvoltooid deelwoord overdrukken
overdrukkende woordvorm overdrukken
overdrukt subordinate-clause, tegenwoordige tijd overdrukken
overdrukte subordinate-clause, verleden tijd overdrukken
overdrukten subordinate-clause, verleden tijd overdrukken
overgedrukt voltooid deelwoord overdrukken
overgedrukte woordvorm overdrukken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overdrukken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over overdrukken

Wat is de betekenis van overdrukken?
Overdrukken is een werkwoord. De betekenis is: opnieuw drukken. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik overdrukken?
Zo vervoeg je overdrukken zo: het voltooid deelwoord is overgedrukt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overdrukken is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. D 2
  6. R 2
  7. U 4
  8. K 3
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overdrukken levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. D 2
  6. R 2
  7. U 2
  8. K 3
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overdrukken in het kort

overdrukken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van overdrukken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort overdrukken bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

overdrukken: opnieuw drukken
Deel overdrukken — standaardnederlands.nl