overdrukken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- opnieuw drukken
- met behulp van de drukpers op iets anders overbrengen
- boven een bepaalde oplage, meer dan het bepaalde aantal drukken
Vervoeging van overdrukken
overdrukkenhele werkwoord — drukte oververleden tijd enkelvoud — drukten oververleden tijd meervoud — overgedruktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | druk over | drukte over |
| jij | drukt over | drukte over |
| hij, zij, het | drukt over | drukte over |
| wij | drukken over | drukten over |
| jullie | drukken over | drukten over |
| zij | drukken over | drukten over |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben overgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| druk over | gebiedende wijs |
| drukte over | verleden tijd |
| er is overgedrukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overgedrukt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overgedrukt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overgedrukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overgedrukt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overgedrukt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overgedrukt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overgedrukt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had overgedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overgedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overgedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overgedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overgedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overgedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overgedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgedrukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is overgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| over te drukken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| over te zullen drukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| over zal drukken | bijzin, toekomende tijd |
| over zou drukken | bijzin, voorwaardelijk |
| over zouden drukken | bijzin, voorwaardelijk |
| over zoudt drukken | bijzin, voorwaardelijk |
| over zullen drukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| over zullen drukken | bijzin, toekomende tijd |
| over zult drukken | bijzin, toekomende tijd |
| overdruk | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overdrukkend | onvoltooid, deelwoord |
| overdrukt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overdrukte | bijzin, verleden tijd |
| overdrukten | bijzin, verleden tijd |
| overgedrukt | verleden tijd, deelwoord |
| overgedrukt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgedrukt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgedrukt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgedrukt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgedrukt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgedrukt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgedrukt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgedrukt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgedrukt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgedrukt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben overgedrukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overdrukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overgedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overgedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overgedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overgedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overgedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overgedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overdrukken | bijzin, toekomende tijd |
| zal overgedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overgedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overgedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn overgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overgedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overdrukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou overgedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) overdrukken over zou(dt) drukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overdrukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overgedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overgedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt overdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overdrukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt overgedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overgedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen overdrukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overdrukken | bijzin, toekomende tijd |
| zullen overgedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overgedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overgedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult overdrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord overdruk
Herkomst
samenstelling van over bw en drukken ww
Woordfamilie van overdrukken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| druk over | gebiedende wijs | overdrukken |
| drukke over | woordvorm | overdrukken |
| drukken over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | overdrukken |
| drukt over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overdrukken |
| drukte over | verleden tijd | overdrukken |
| drukten over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overdrukken |
| overdrukkend | onvoltooid deelwoord | overdrukken |
| overdrukkende | woordvorm | overdrukken |
| overdrukt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overdrukken |
| overdrukte | subordinate-clause, verleden tijd | overdrukken |
| overdrukten | subordinate-clause, verleden tijd | overdrukken |
| overgedrukt | voltooid deelwoord | overdrukken |
| overgedrukte | woordvorm | overdrukken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overdrukken zijn vastgelegd.