Naar de inhoud

ordenen

plaatsen volgens een bepaalde ordening of regel

ordenen

werkwoord ˈɔrdənə(n)

Betekenis

  1. plaatsen volgens een bepaalde ordening of regel
  2. op een bepaalde manier schikken, arrangeren
  3. in een orde opnemen

Hoe spreek je ordenen uit?

/ˈɔrdənən/

Ordenen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔrdənən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
r rood
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ordenen

ordenenhele werkwoord — ordendeverleden tijd enkelvoud — ordendenverleden tijd meervoud — geordendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik orden ordende
jij ordent ordende
hij, zij, het ordent ordende
wij ordenen ordenden
jullie ordenen ordenden
zij ordenen ordenden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geordend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geordend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geordend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geordend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geordend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geordend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geordend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geordend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geordend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geordend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geordend verleden tijd, deelwoord
geordend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geordend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geordend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geordend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geordend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geordend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geordend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geordend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geordend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geordend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geordend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geordend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geordend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geordend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geordend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geordend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geordend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geordend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geordend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geordend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geordend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geordend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geordend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geordend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geordend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geordend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geordend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
orden gebiedende wijs
ordende verleden tijd
ordene aanvoegende wijs
ordenend onvoltooid, deelwoord
te hebben geordend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ordenen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ordenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geordend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geordend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geordend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geordend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geordend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geordend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geordend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geordend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geordend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geordend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geordend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geordend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geordend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geordend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geordend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geordend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geordend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geordend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geordend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geordend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geordend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geordend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geordend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geordend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geordend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geordend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geordend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ordenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ordenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ordenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geordend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geordend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geordend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geordend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geordend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geordend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geordend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geordend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geordend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geordend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geordend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geordend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geordend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ordenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ordenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ordenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geordend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geordend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geordend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geordend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geordend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geordend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geordend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geordend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geordend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ordenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ordenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ordenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geordend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geordend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geordend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ordenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geordend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geordend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geordend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geordend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geordend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geordend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geordend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geordend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geordend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ordenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ordenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ordenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ordenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geordend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geordend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geordend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ordenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van ordenen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ordende verleden tijd ordenen
ordenden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ordenen
ordene aanvoegende wijs ordenen
ordent aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ordenen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ordenen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over ordenen

Hoe spreek je ordenen uit?
De uitspraak van ordenen is: /ˈɔrdənə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent ordenen?
Ordenen is een werkwoord. Het woord betekent: plaatsen volgens een bepaalde ordening of regel. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ordenen?
Je vervoegt ordenen als volgt: de tegenwoordige tijd is orden, de verleden tijd is ordende en het voltooid deelwoord is geordend. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ordenen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. R 2
  3. D 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ordenen levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 79 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. R 2
  3. D 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 9 zonder bonus
  9. 79 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

ordenen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

ordenen in het kort

ordenen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ordenen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ordenen bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ordenen: plaatsen volgens een bepaalde ordening of regel
Deel ordenen — standaardnederlands.nl