Naar de inhoud

opstuiven

door de wind opwaaien van fijn deeltjes.

opstuiven

werkwoord

Betekenis

  1. door de wind opwaaien van fijn deeltjes.

werkwoord

  1. heel snel aankomen unergative

Vervoeging van opstuiven

opstuivenhele werkwoord — stoof opverleden tijd enkelvoud — stoven opverleden tijd meervoud — opgestovenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stuif op stoof op
jij stuift op stoof op
hij, zij, het stuift op stoof op
wij stuiven op stoven op
jullie stuiven op stoven op
zij stuiven op stoven op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgestoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgestoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgestoven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgestoven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgestoven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgestoven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgestoven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgestoven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgestoven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgestoven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgestoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgestoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgestoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgestoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgestoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgestoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgestoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgestoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgestoven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgestoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgestoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgestoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgestoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgestoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgestoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgestoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgestoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te stuiven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen stuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal stuiven bijzin, toekomende tijd
op zou stuiven bijzin, voorwaardelijk
op zouden stuiven bijzin, voorwaardelijk
op zoudt stuiven bijzin, voorwaardelijk
op zullen stuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen stuiven bijzin, toekomende tijd
op zult stuiven bijzin, toekomende tijd
opgestoven verleden tijd, deelwoord
opgestoven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgestoven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgestoven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestoven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestoven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestoven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgestoven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgestoven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgestoven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgestoven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opstoof bijzin, verleden tijd
opstoven bijzin, verleden tijd
opstuif bijzin, tegenwoordige tijd
opstuift bijzin, tegenwoordige tijd
opstuivend onvoltooid, deelwoord
stoof op verleden tijd
stuif op gebiedende wijs
te hebben opgestoven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opstuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgestoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgestoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgestoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgestoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgestoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgestoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgestoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgestoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgestoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgestoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgestoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgestoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgestoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgestoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgestoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgestoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgestoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgestoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgestoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgestoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgestoven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgestoven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgestoven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgestoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgestoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgestoven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgestoven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opstuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opstuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opstuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opstuiven bijzin, toekomende tijd
zijn opgestoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgestoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgestoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgestoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgestoven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgestoven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgestoven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgestoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgestoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgestoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgestoven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgestoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgestoven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opstuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opstuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opstuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opstuiven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opstuiven op zou(dt) stuiven bijzin, voorwaardelijk
zouden opgestoven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgestoven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgestoven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgestoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgestoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgestoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgestoven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgestoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgestoven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opstuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opstuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opstuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opstuiven bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgestoven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgestoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgestoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opstuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opstuiven bijzin, voorwaardelijk
zullen opgestoven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgestoven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgestoven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgestoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgestoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgestoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgestoven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgestoven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgestoven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opstuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opstuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opstuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opstuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opstuiven bijzin, toekomende tijd
zult opgestoven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op en stuiven

Woordfamilie van opstuiven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgestoven voltooid deelwoord opstuiven
opstuif subordinate-clause, tegenwoordige tijd opstuiven
opstuift subordinate-clause, tegenwoordige tijd opstuiven
opstuive with-subordinate-clause opstuiven
opstuivend onvoltooid deelwoord opstuiven
opstuivende woordvorm opstuiven
stuif op gebiedende wijs opstuiven
stuift op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opstuiven
stuive op woordvorm opstuiven
stuiven op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opstuiven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opstuiven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opstuiven

Wat betekent opstuiven?
Opstuiven is een werkwoord. Het woord betekent: door de wind opwaaien van fijn deeltjes. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je opstuiven?
Je vervoegt opstuiven als volgt: het voltooid deelwoord is opgestoven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opstuiven is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. S 2
  4. T 2
  5. U 4
  6. I 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opstuiven levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. U 2
  6. I 2
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opstuiven in het kort

opstuiven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van opstuiven zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort opstuiven bij een woordfamilie van 10 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

opstuiven: door de wind opwaaien van fijn deeltjes.
Deel opstuiven — standaardnederlands.nl