Naar de inhoud

opstoven

door stoven verder klaarmaken

opstoven

werkwoord

Betekenis

  1. door stoven verder klaarmaken

Vervoeging van opstoven

opstovenhele werkwoord — stoofde opverleden tijd enkelvoud — stoofden opverleden tijd meervoud — opgestoofdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stoof op stoofde op
jij stooft op stoofde op
hij, zij, het stooft op stoofde op
wij stoven op stoofden op
jullie stoven op stoofden op
zij stoven op stoofden op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgestoofd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgestoofd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgestoofd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgestoofd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgestoofd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgestoofd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgestoofd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgestoofd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgestoofd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te stoven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen stoven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal stoven bijzin, toekomende tijd
op zou stoven bijzin, voorwaardelijk
op zouden stoven bijzin, voorwaardelijk
op zoudt stoven bijzin, voorwaardelijk
op zullen stoven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen stoven bijzin, toekomende tijd
op zult stoven bijzin, toekomende tijd
opgestoofd verleden tijd, deelwoord
opgestoofd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgestoofd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgestoofd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestoofd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestoofd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestoofd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgestoofd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgestoofd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgestoofd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgestoofd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opstoof bijzin, tegenwoordige tijd
opstoofde bijzin, verleden tijd
opstoofden bijzin, verleden tijd
opstooft bijzin, tegenwoordige tijd
opstovend onvoltooid, deelwoord
stoof op gebiedende wijs
stoofde op verleden tijd
te hebben opgestoofd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opstoven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opstoven bijzin, toekomende tijd
zijn opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opstoven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opstoven op zou(dt) stoven bijzin, voorwaardelijk
zouden opgestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opstoven bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opstoven bijzin, voorwaardelijk
zullen opgestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opstoven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opstoven bijzin, toekomende tijd
zult opgestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van opstuiven

Vervoeging van opstoven

opstovenhele werkwoord — stoofde opverleden tijd enkelvoud — stoofden opverleden tijd meervoud — opgestoofdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stoof op stoofde op
jij stooft op stoofde op
hij, zij, het stooft op stoofde op
wij stoven op stoofden op
jullie stoven op stoofden op
zij stoven op stoofden op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgestoofd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgestoofd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgestoofd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgestoofd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgestoofd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgestoofd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgestoofd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgestoofd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgestoofd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te stoven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen stoven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal stoven bijzin, toekomende tijd
op zou stoven bijzin, voorwaardelijk
op zouden stoven bijzin, voorwaardelijk
op zoudt stoven bijzin, voorwaardelijk
op zullen stoven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen stoven bijzin, toekomende tijd
op zult stoven bijzin, toekomende tijd
opgestoofd verleden tijd, deelwoord
opgestoofd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgestoofd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgestoofd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestoofd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestoofd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestoofd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgestoofd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgestoofd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgestoofd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgestoofd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opstoof bijzin, tegenwoordige tijd
opstoofde bijzin, verleden tijd
opstoofden bijzin, verleden tijd
opstooft bijzin, tegenwoordige tijd
opstovend onvoltooid, deelwoord
stoof op gebiedende wijs
stoofde op verleden tijd
te hebben opgestoofd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opstoven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opstoven bijzin, toekomende tijd
zijn opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opstoven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opstoven op zou(dt) stoven bijzin, voorwaardelijk
zouden opgestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opstoven bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opstoven bijzin, voorwaardelijk
zullen opgestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opstoven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opstoven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opstoven bijzin, toekomende tijd
zult opgestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op en stoven

Woordfamilie van opstoven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgestoofd voltooid deelwoord opstoven
opgestoofde woordvorm opstoven
opstoofde subordinate-clause, verleden tijd opstoven
opstoofden subordinate-clause, verleden tijd opstoven
opstooft subordinate-clause, tegenwoordige tijd opstoven
opstove with-subordinate-clause opstoven
opstovend onvoltooid deelwoord opstoven
opstovende woordvorm opstoven
stoofde op verleden tijd opstoven
stoofden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opstoven
stooft op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opstoven
stove op woordvorm opstoven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opstoven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opstoven

Wat is de betekenis van opstoven?
Opstoven is een werkwoord. De betekenis is: door stoven verder klaarmaken.
Hoe vervoeg ik opstoven?
Zo vervoeg je opstoven zo: het voltooid deelwoord is opgestoofd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opstoven is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. S 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opstoven levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opstoven in het kort

opstoven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van opstoven staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opstoven bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opstoven: door stoven verder klaarmaken
Deel opstoven — standaardnederlands.nl