Naar de inhoud

opslorpen

in zich opnemen

opslorpen

werkwoord

Betekenis

  1. in zich opnemen
  2. gulzig en veel in zich opnemen

Vervoeging van opslorpen

opslorpenhele werkwoord — slorpte opverleden tijd enkelvoud — slorpten opverleden tijd meervoud — opgeslorptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slorp op slorpte op
jij slorpt op slorpte op
hij, zij, het slorpt op slorpte op
wij slorpen op slorpten op
jullie slorpen op slorpten op
zij slorpen op slorpten op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgeslorpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgeslorpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgeslorpt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgeslorpt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgeslorpt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgeslorpt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgeslorpt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgeslorpt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgeslorpt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgeslorpt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgeslorpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgeslorpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgeslorpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgeslorpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgeslorpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgeslorpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgeslorpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgeslorpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeslorpt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgeslorpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeslorpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgeslorpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgeslorpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeslorpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeslorpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgeslorpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgeslorpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te slorpen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen slorpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal slorpen bijzin, toekomende tijd
op zou slorpen bijzin, voorwaardelijk
op zouden slorpen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt slorpen bijzin, voorwaardelijk
op zullen slorpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen slorpen bijzin, toekomende tijd
op zult slorpen bijzin, toekomende tijd
opgeslorpt verleden tijd, deelwoord
opgeslorpt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgeslorpt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgeslorpt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeslorpt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeslorpt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeslorpt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgeslorpt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgeslorpt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgeslorpt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgeslorpt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opslorp bijzin, tegenwoordige tijd
opslorpend onvoltooid, deelwoord
opslorpt bijzin, tegenwoordige tijd
opslorpte bijzin, verleden tijd
opslorpten bijzin, verleden tijd
slorp op gebiedende wijs
slorpte op verleden tijd
te hebben opgeslorpt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opslorpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgeslorpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgeslorpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgeslorpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgeslorpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgeslorpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgeslorpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgeslorpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgeslorpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgeslorpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgeslorpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgeslorpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgeslorpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgeslorpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgeslorpt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgeslorpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgeslorpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgeslorpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgeslorpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgeslorpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgeslorpt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgeslorpt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeslorpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgeslorpt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgeslorpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeslorpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgeslorpt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeslorpt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opslorpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opslorpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opslorpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opslorpen bijzin, toekomende tijd
zijn opgeslorpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgeslorpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgeslorpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgeslorpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgeslorpt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeslorpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeslorpt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgeslorpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeslorpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgeslorpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeslorpt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeslorpt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeslorpt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opslorpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opslorpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opslorpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opslorpen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opslorpen op zou(dt) slorpen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgeslorpt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgeslorpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgeslorpt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgeslorpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgeslorpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgeslorpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgeslorpt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgeslorpt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgeslorpt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opslorpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opslorpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opslorpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opslorpen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgeslorpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgeslorpt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgeslorpt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opslorpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opslorpen bijzin, voorwaardelijk
zullen opgeslorpt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgeslorpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgeslorpt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgeslorpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgeslorpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgeslorpt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgeslorpt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgeslorpt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgeslorpt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opslorpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opslorpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opslorpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opslorpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opslorpen bijzin, toekomende tijd
zult opgeslorpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op en slorpen

Woordfamilie van opslorpen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgeslorpt voltooid deelwoord opslorpen
opgeslorpte woordvorm opslorpen
opslorp subordinate-clause, tegenwoordige tijd opslorpen
opslorpe with-subordinate-clause opslorpen
opslorpend onvoltooid deelwoord opslorpen
opslorpende woordvorm opslorpen
opslorpt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opslorpen
opslorpte subordinate-clause, verleden tijd opslorpen
opslorpten subordinate-clause, verleden tijd opslorpen
slorp op gebiedende wijs opslorpen
slorpe op woordvorm opslorpen
slorpen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opslorpen
slorpt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opslorpen
slorpte op verleden tijd opslorpen
slorpten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opslorpen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opslorpen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opslorpen

Wat betekent opslorpen?
Opslorpen is een werkwoord. Het woord betekent: in zich opnemen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je opslorpen?
Je vervoegt opslorpen als volgt: het voltooid deelwoord is opgeslorpt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opslorpen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. S 2
  4. L 3
  5. O 1
  6. R 2
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opslorpen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. S 2
  4. L 3
  5. O 1
  6. R 2
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opslorpen in het kort

opslorpen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van opslorpen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort opslorpen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

opslorpen: in zich opnemen
Deel opslorpen — standaardnederlands.nl