Naar de inhoud

oploeven

hoger aan de wind gaan varen met een (zeil)boot

oploeven

werkwoord

Betekenis

  1. hoger aan de wind gaan varen met een (zeil)boot

Vervoeging van oploeven

oploevenhele werkwoord — loefde opverleden tijd enkelvoud — loefden opverleden tijd meervoud — opgeloefdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik loef op loefde op
jij loeft op loefde op
hij, zij, het loeft op loefde op
wij loeven op loefden op
jullie loeven op loefden op
zij loeven op loefden op
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben opgeloefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgeloefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is opgeloefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgeloefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
loef op gebiedende wijs
loefde op verleden tijd
op te loeven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen loeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal loeven bijzin, toekomende tijd
op zou loeven bijzin, voorwaardelijk
op zouden loeven bijzin, voorwaardelijk
op zoudt loeven bijzin, voorwaardelijk
op zullen loeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen loeven bijzin, toekomende tijd
op zult loeven bijzin, toekomende tijd
opgeloefd verleden tijd, deelwoord
opgeloefd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeloefd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
oploef bijzin, tegenwoordige tijd
oploefde bijzin, verleden tijd
oploefden bijzin, verleden tijd
oploeft bijzin, tegenwoordige tijd
oploevend onvoltooid, deelwoord
te zijn opgeloefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen oploeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgeloefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgeloefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgeloefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgeloefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgeloefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgeloefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgeloefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal opgeloefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeloefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgeloefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal oploeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal oploeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal oploeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal oploeven bijzin, toekomende tijd
zijn opgeloefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn opgeloefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgeloefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgeloefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgeloefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgeloefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeloefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeloefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou oploeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou oploeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou oploeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou oploeven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) oploeven op zou(dt) loeven bijzin, voorwaardelijk
zouden opgeloefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgeloefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgeloefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden oploeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden oploeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden oploeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden oploeven bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgeloefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt oploeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt oploeven bijzin, voorwaardelijk
zullen opgeloefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgeloefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgeloefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen oploeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen oploeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen oploeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen oploeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen oploeven bijzin, toekomende tijd
zult opgeloefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult oploeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult oploeven bijzin, toekomende tijd
zult/zal oploeven op zult/zal loeven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van op en loeven

Woordfamilie van oploeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
loef op gebiedende wijs oploeven
loefde op verleden tijd oploeven
loefden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon oploeven
loeft op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon oploeven
loeve op woordvorm oploeven
loeven op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon oploeven
opgeloefd voltooid deelwoord oploeven
opgeloefde woordvorm oploeven
oploef subordinate-clause, tegenwoordige tijd oploeven
oploefde subordinate-clause, verleden tijd oploeven
oploefden subordinate-clause, verleden tijd oploeven
oploeft subordinate-clause, tegenwoordige tijd oploeven
oploeve with-subordinate-clause oploeven
oploevend onvoltooid deelwoord oploeven
oploevende woordvorm oploeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oploeven zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over oploeven

Wat betekent oploeven?
Oploeven is een werkwoord. Het woord betekent: hoger aan de wind gaan varen met een (zeil)boot.
Hoe vervoeg je oploeven?
Je vervoegt oploeven als volgt: het voltooid deelwoord is opgeloefd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord oploeven is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. L 3
  4. O 1
  5. E 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

oploeven levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. L 3
  4. O 1
  5. E 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

oploeven in het kort

oploeven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van oploeven zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort oploeven bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

oploeven: hoger aan de wind gaan varen met een (zeil)boot
Deel oploeven — standaardnederlands.nl