oploeven
werkwoordBetekenis
- hoger aan de wind gaan varen met een (zeil)boot
Vervoeging van oploeven
oploevenhele werkwoord — loefde opverleden tijd enkelvoud — loefden opverleden tijd meervoud — opgeloefdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | loef op | loefde op |
| jij | loeft op | loefde op |
| hij, zij, het | loeft op | loefde op |
| wij | loeven op | loefden op |
| jullie | loeven op | loefden op |
| zij | loeven op | loefden op |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben opgeloefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgeloefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is opgeloefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgeloefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| loef op | gebiedende wijs |
| loefde op | verleden tijd |
| op te loeven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen loeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal loeven | bijzin, toekomende tijd |
| op zou loeven | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden loeven | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt loeven | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen loeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen loeven | bijzin, toekomende tijd |
| op zult loeven | bijzin, toekomende tijd |
| opgeloefd | verleden tijd, deelwoord |
| opgeloefd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgeloefd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| oploef | bijzin, tegenwoordige tijd |
| oploefde | bijzin, verleden tijd |
| oploefden | bijzin, verleden tijd |
| oploeft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| oploevend | onvoltooid, deelwoord |
| te zijn opgeloefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen oploeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opgeloefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgeloefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgeloefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgeloefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgeloefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgeloefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgeloefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal opgeloefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgeloefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgeloefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal oploeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal oploeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal oploeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal oploeven | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opgeloefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn opgeloefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgeloefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgeloefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgeloefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opgeloefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgeloefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgeloefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou oploeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou oploeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou oploeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou oploeven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) oploeven op zou(dt) loeven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgeloefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgeloefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgeloefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden oploeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden oploeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden oploeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden oploeven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgeloefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt oploeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt oploeven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opgeloefd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgeloefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgeloefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen oploeven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen oploeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen oploeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen oploeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen oploeven | bijzin, toekomende tijd |
| zult opgeloefd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult oploeven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult oploeven | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal oploeven op zult/zal loeven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van op en loeven
Woordfamilie van oploeven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| loef op | gebiedende wijs | oploeven |
| loefde op | verleden tijd | oploeven |
| loefden op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | oploeven |
| loeft op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | oploeven |
| loeve op | woordvorm | oploeven |
| loeven op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | oploeven |
| opgeloefd | voltooid deelwoord | oploeven |
| opgeloefde | woordvorm | oploeven |
| oploef | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | oploeven |
| oploefde | subordinate-clause, verleden tijd | oploeven |
| oploefden | subordinate-clause, verleden tijd | oploeven |
| oploeft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | oploeven |
| oploeve | with-subordinate-clause | oploeven |
| oploevend | onvoltooid deelwoord | oploeven |
| oploevende | woordvorm | oploeven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oploeven zijn vastgelegd.