Naar de inhoud

opladen

een materiële lading op iets aanbrengen

opladen

werkwoord ˈɔpladə(n)

Betekenis

  1. een materiële lading op iets aanbrengen
  2. een elektrische lading op iets aanbrengen

Hoe spreek je opladen uit?

/ˈɔpladən/

Opladen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpladən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
l land
a maan
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van opladen

opladenhele werkwoord — laadde opverleden tijd enkelvoud — laadden opverleden tijd meervoud — opgeladenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik laad op laadde op
jij laadt op laadde op
hij, zij, het laadt op laadde op
wij laden op laadden op
jullie laden op laadden op
zij laden op laadden op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgeladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgeladen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgeladen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgeladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgeladen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgeladen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgeladen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgeladen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgeladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgeladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgeladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgeladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgeladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgeladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgeladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
laad op gebiedende wijs
laadde op verleden tijd
op te laden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen laden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal laden bijzin, toekomende tijd
op zou laden bijzin, voorwaardelijk
op zouden laden bijzin, voorwaardelijk
op zoudt laden bijzin, voorwaardelijk
op zullen laden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen laden bijzin, toekomende tijd
op zult laden bijzin, toekomende tijd
opgeladen verleden tijd, deelwoord
opgeladen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgeladen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgeladen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeladen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeladen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgeladen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgeladen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgeladen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgeladen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgeladen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
oplaad bijzin, tegenwoordige tijd
oplaadde bijzin, verleden tijd
oplaadden bijzin, verleden tijd
oplaadt bijzin, tegenwoordige tijd
opladend onvoltooid, deelwoord
te hebben opgeladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgeladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgeladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgeladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgeladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgeladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgeladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgeladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgeladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgeladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgeladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgeladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgeladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgeladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgeladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgeladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgeladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgeladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgeladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgeladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgeladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgeladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgeladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgeladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgeladen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgeladen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opladen bijzin, toekomende tijd
zijn opgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgeladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgeladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgeladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgeladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgeladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opladen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opladen op zou(dt) laden bijzin, voorwaardelijk
zouden opgeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgeladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgeladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgeladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgeladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgeladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgeladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opladen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgeladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgeladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgeladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opladen bijzin, voorwaardelijk
zullen opgeladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgeladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgeladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgeladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgeladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgeladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgeladen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgeladen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgeladen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opladen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opladen bijzin, toekomende tijd
zult opgeladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op en laden

Woordfamilie van opladen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
laad op gebiedende wijs opladen
laadde op verleden tijd opladen
laadden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opladen
laadt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opladen
lade op woordvorm opladen
laden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opladen
opgeladen voltooid deelwoord opladen
oplaad subordinate-clause, tegenwoordige tijd opladen
oplaadde subordinate-clause, verleden tijd opladen
oplaadden subordinate-clause, verleden tijd opladen
oplaadt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opladen
oplade with-subordinate-clause opladen
opladend onvoltooid deelwoord opladen
opladende woordvorm opladen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opladen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over opladen

Hoe spreek ik opladen uit?
Zo spreek je opladen uit: /ˈɔpladə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van opladen?
Opladen is een werkwoord. De betekenis is: een materiële lading op iets aanbrengen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik opladen?
Zo vervoeg je opladen zo: het voltooid deelwoord is opgeladen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opladen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. L 3
  4. A 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opladen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. L 3
  4. A 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

opladen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

opladen in het kort

opladen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van opladen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opladen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opladen: een materiële lading op iets aanbrengen
Deel opladen — standaardnederlands.nl