Naar de inhoud

ophouden

zich bezighouden met

ophouden

werkwoord ˈɔphɑudə(n)

Betekenis

  1. zich bezighouden met
  2. ~ met, ~ te: een activiteit beëindigen
  3. (ongebruikelijk) omhoog houden
  4. trachten te geven
  5. openhouden
  6. tegenhouden
  7. beletten verder te gaan
  8. zich ~: zijn

Hoe spreek je ophouden uit?

/ˈɔphɑudən/

Ophouden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔphɑudən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
h hoed
ɑu koud
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. een einde nemen, stoppen [4] impersonal, intransitive
  2. ~ met, ~ te: een activiteit beëindigen, stoppen [5] ergative
  3. omhoog houden transitive

Vervoeging van ophouden

ophoudenhele werkwoord — hield opverleden tijd enkelvoud — hielden opverleden tijd meervoud — opgehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hou op hield op
jij houdt op hield op
hij, zij, het houdt op hield op
wij houden op hielden op
jullie houden op hielden op
zij houden op hielden op
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgehouden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgehouden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgehouden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgehouden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgehouden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgehouden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. hou op/ houd op gebiedende wijs
had opgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hield op verleden tijd
hou gebiedende wijs
houd u gebiedende wijs
is opgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
je op, houdt je op gebiedende wijs
op te houden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal houden bijzin, toekomende tijd
op zou houden bijzin, voorwaardelijk
op zouden houden bijzin, voorwaardelijk
op zoudt houden bijzin, voorwaardelijk
op zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen houden bijzin, toekomende tijd
op zult houden bijzin, toekomende tijd
opgehouden verleden tijd, deelwoord
opgehouden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgehouden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgehouden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgehouden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgehouden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgehouden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgehouden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgehouden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ophield bijzin, verleden tijd
ophielden bijzin, verleden tijd
ophou bijzin, tegenwoordige tijd
ophoud bijzin, tegenwoordige tijd
ophoudend onvoltooid, deelwoord
ophoudt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben opgehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ophouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me ophouden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal opgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ophouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ophouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ophouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ophouden bijzin, toekomende tijd
zal zich ophouden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je ophouden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich opgehouden hebben verleden tijd
zich ophoudend onvoltooid, deelwoord
zijn opgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ophouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ophouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ophouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ophouden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) ophouden op zou(dt) houden bijzin, voorwaardelijk
zouden opgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ophouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ophouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ophouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ophouden bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ophouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ophouden bijzin, voorwaardelijk
zullen je ophouden tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons ophouden eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen opgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op bw en houden ww

Woordfamilie van ophouden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hield op verleden tijd ophouden
hielden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ophouden
hou op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon ophouden
houd op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon ophouden
houde op woordvorm ophouden
houden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon ophouden
houdt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ophouden
opgehouden voltooid deelwoord ophouden
ophield subordinate-clause, verleden tijd ophouden
ophielden subordinate-clause, verleden tijd ophouden
ophou subordinate-clause, tegenwoordige tijd ophouden
ophoud subordinate-clause, tegenwoordige tijd ophouden
ophoude with-subordinate-clause ophouden
ophoudend onvoltooid deelwoord ophouden
ophoudende woordvorm ophouden
ophoudt subordinate-clause, tegenwoordige tijd ophouden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ophouden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ophouden

Hoe spreek je ophouden uit?
De uitspraak van ophouden is: /ˈɔphɑudə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent ophouden?
Ophouden is een werkwoord. Het woord betekent: zich bezighouden met. Deze pagina beschrijft 11 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ophouden?
Je vervoegt ophouden als volgt: het voltooid deelwoord is opgehouden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ophouden is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. H 4
  4. O 1
  5. U 4
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ophouden levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. H 4
  4. O 1
  5. U 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ophouden in het kort

ophouden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 11 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ophouden zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ophouden bij een woordfamilie van 16 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ophouden: zich bezighouden met
Deel ophouden — standaardnederlands.nl