Naar de inhoud

opereren

aan een chirurgische ingreep onderwerpen

opereren

werkwoord

Betekenis

  1. aan een chirurgische ingreep onderwerpen
  2. acties uitvoeren, optreden

Vervoeging van opereren

opererenhele werkwoord — opereerdeverleden tijd enkelvoud — opereerdenverleden tijd meervoud — geopereerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik opereer opereerde
jij opereert opereerde
hij, zij, het opereert opereerde
wij opereren opereerden
jullie opereren opereerden
zij opereren opereerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geopereerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geopereerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geopereerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geopereerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geopereerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geopereerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geopereerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geopereerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geopereerd verleden tijd, deelwoord
geopereerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geopereerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geopereerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geopereerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geopereerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geopereerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geopereerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geopereerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geopereerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geopereerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geopereerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geopereerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geopereerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geopereerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geopereerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geopereerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geopereerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
opereer gebiedende wijs
opereerde verleden tijd
operere aanvoegende wijs
opererend onvoltooid, deelwoord
te hebben geopereerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te opereren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opereren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geopereerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geopereerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geopereerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geopereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geopereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geopereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geopereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geopereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geopereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geopereerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opereren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geopereerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geopereerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geopereerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opereren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geopereerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opereren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘te werk gaan’ voor het eerst aangetroffen in 1669

Woordfamilie van opereren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geopereerd voltooid deelwoord opereren
geopereerde woordvorm opereren
opereer gebiedende wijs opereren
opereerde verleden tijd opereren
opereerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opereren
opereert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opereren
operere aanvoegende wijs opereren
opererend onvoltooid deelwoord opereren
opererende woordvorm opereren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opereren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over opereren

Wat is de betekenis van opereren?
Opereren is een werkwoord. De betekenis is: aan een chirurgische ingreep onderwerpen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik opereren?
Zo vervoeg je opereren zo: de tegenwoordige tijd is opereer, de verleden tijd is opereerde en het voltooid deelwoord is geopereerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opereren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opereren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opereren in het kort

opereren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van opereren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opereren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opereren: aan een chirurgische ingreep onderwerpen
Deel opereren — standaardnederlands.nl