openvliegen
werkwoordBetekenis
- plotseling, snel opengaan
Vervoeging van openvliegen
openvliegenhele werkwoord — vloog openverleden tijd enkelvoud — vlogen openverleden tijd meervoud — opengevlogenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vlieg open | vloog open |
| jij | vliegt open | vloog open |
| hij, zij, het | vliegt open | vloog open |
| wij | vliegen open | vlogen open |
| jullie | vliegen open | vlogen open |
| zij | vliegen open | vlogen open |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben opengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is opengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| open te vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| open te zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| open zal vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| open zou vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| open zouden vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| open zoudt vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| open zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| open zullen vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| open zult vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| opengevlogen | verleden tijd, deelwoord |
| opengevlogen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opengevlogen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| openvlieg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| openvliegend | onvoltooid, deelwoord |
| openvliegt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| openvlogen | bijzin, verleden tijd |
| openvloog | bijzin, verleden tijd |
| te zijn opengevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen openvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vlieg open | gebiedende wijs |
| vloog open | verleden tijd |
| waart opengevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opengevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opengevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opengevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opengevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opengevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opengevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal opengevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opengevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opengevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal openvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal openvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal openvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal openvliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opengevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn opengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opengevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opengevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opengevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou openvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou openvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou openvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou openvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) openvliegen open zou(dt) vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opengevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opengevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opengevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden openvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden openvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden openvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden openvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opengevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt openvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt openvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opengevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opengevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opengevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen openvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen openvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen openvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen openvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen openvliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zult opengevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult openvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult openvliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal openvliegen open zult/zal vliegen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van open en vliegen
Woordfamilie van openvliegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opengevlogen | voltooid deelwoord | openvliegen |
| openvlieg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | openvliegen |
| openvliege | with-subordinate-clause | openvliegen |
| openvliegend | onvoltooid deelwoord | openvliegen |
| openvliegende | woordvorm | openvliegen |
| openvliegt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | openvliegen |
| openvlogen | subordinate-clause, verleden tijd | openvliegen |
| openvloog | subordinate-clause, verleden tijd | openvliegen |
| vlieg open | gebiedende wijs | openvliegen |
| vliege open | woordvorm | openvliegen |
| vliegen open | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | openvliegen |
| vliegt open | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | openvliegen |
| vlogen open | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | openvliegen |
| vloog open | verleden tijd | openvliegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van openvliegen zijn vastgelegd.