Naar de inhoud

openvallen

vallend opengaan

openvallen

werkwoord

Betekenis

  1. vallend opengaan
  2. (van een baan, dienstbetrekking) onbezet raken
  3. door vallen verwonden

werkwoord

  1. onbezet raken intransitive

Vervoeging van openvallen

openvallenhele werkwoord — viel openverleden tijd enkelvoud — vielen openverleden tijd meervoud — opengevallenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik val open viel open
jij valt open viel open
hij, zij, het valt open viel open
wij vallen open vielen open
jullie vallen open vielen open
zij vallen open vielen open
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opengevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opengevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opengevallen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opengevallen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opengevallen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opengevallen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opengevallen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opengevallen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opengevallen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opengevallen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opengevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opengevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opengevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opengevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opengevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opengevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opengevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opengevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opengevallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opengevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opengevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opengevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opengevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opengevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opengevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opengevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opengevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
open te vallen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
open te zullen vallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
open zal vallen bijzin, toekomende tijd
open zou vallen bijzin, voorwaardelijk
open zouden vallen bijzin, voorwaardelijk
open zoudt vallen bijzin, voorwaardelijk
open zullen vallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
open zullen vallen bijzin, toekomende tijd
open zult vallen bijzin, toekomende tijd
opengevallen verleden tijd, deelwoord
opengevallen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opengevallen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opengevallen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengevallen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengevallen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengevallen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opengevallen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opengevallen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opengevallen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opengevallen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
openval bijzin, tegenwoordige tijd
openvallend onvoltooid, deelwoord
openvalt bijzin, tegenwoordige tijd
openviel bijzin, verleden tijd
openvielen bijzin, verleden tijd
te hebben opengevallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen openvallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
val open gebiedende wijs
viel open verleden tijd
waart opengevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opengevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opengevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opengevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opengevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opengevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opengevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opengevallen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opengevallen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opengevallen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opengevallen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opengevallen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opengevallen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opengevallen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opengevallen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opengevallen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opengevallen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opengevallen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opengevallen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opengevallen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opengevallen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengevallen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opengevallen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opengevallen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengevallen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opengevallen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengevallen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal openvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal openvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal openvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal openvallen bijzin, toekomende tijd
zijn opengevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opengevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opengevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opengevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opengevallen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengevallen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengevallen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opengevallen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengevallen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opengevallen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou openvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou openvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou openvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou openvallen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) openvallen open zou(dt) vallen bijzin, voorwaardelijk
zouden opengevallen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opengevallen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opengevallen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opengevallen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opengevallen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opengevallen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opengevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opengevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opengevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden openvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden openvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden openvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden openvallen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opengevallen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opengevallen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opengevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt openvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt openvallen bijzin, voorwaardelijk
zullen opengevallen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opengevallen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opengevallen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opengevallen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opengevallen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opengevallen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opengevallen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opengevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opengevallen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen openvallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen openvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen openvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen openvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen openvallen bijzin, toekomende tijd
zult opengevallen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van open en vallen

Woordfamilie van openvallen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opengevallen voltooid deelwoord openvallen
openval subordinate-clause, tegenwoordige tijd openvallen
openvalle with-subordinate-clause openvallen
openvallend onvoltooid deelwoord openvallen
openvallende woordvorm openvallen
openvalt subordinate-clause, tegenwoordige tijd openvallen
openviel subordinate-clause, verleden tijd openvallen
openvielen subordinate-clause, verleden tijd openvallen
val open gebiedende wijs openvallen
valle open woordvorm openvallen
vallen open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon openvallen
valt open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon openvallen
viel open verleden tijd openvallen
vielen open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon openvallen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van openvallen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over openvallen

Wat is de betekenis van openvallen?
Openvallen is een werkwoord. De betekenis is: vallend opengaan. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik openvallen?
Zo vervoeg je openvallen zo: het voltooid deelwoord is opengevallen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord openvallen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. V 4
  6. A 1
  7. L 3
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

openvallen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. E 1
  4. N 1
  5. V 4
  6. A 1
  7. L 3
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

openvallen in het kort

openvallen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van openvallen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort openvallen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

openvallen: vallend opengaan
Deel openvallen — standaardnederlands.nl