Naar de inhoud

opentrekken

iets openen door te trekken

opentrekken

werkwoord

Betekenis

  1. iets openen door te trekken

Vervoeging van opentrekken

opentrekkenhele werkwoord — trok openverleden tijd enkelvoud — trokken openverleden tijd meervoud — opengetrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trek open trok open
jij trekt open trok open
hij, zij, het trekt open trok open
wij trekken open trokken open
jullie trekken open trokken open
zij trekken open trokken open
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opengetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opengetrokken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opengetrokken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opengetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opengetrokken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opengetrokken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opengetrokken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opengetrokken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opengetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opengetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opengetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opengetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opengetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opengetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opengetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opengetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
open te trekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
open te zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
open zal trekken bijzin, toekomende tijd
open zou trekken bijzin, voorwaardelijk
open zouden trekken bijzin, voorwaardelijk
open zoudt trekken bijzin, voorwaardelijk
open zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
open zullen trekken bijzin, toekomende tijd
open zult trekken bijzin, toekomende tijd
opengetrokken verleden tijd, deelwoord
opengetrokken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opengetrokken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opengetrokken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengetrokken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengetrokken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opengetrokken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opengetrokken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opengetrokken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opengetrokken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opengetrokken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opentrek bijzin, tegenwoordige tijd
opentrekkend onvoltooid, deelwoord
opentrekt bijzin, tegenwoordige tijd
opentrok bijzin, verleden tijd
opentrokken bijzin, verleden tijd
te hebben opengetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opentrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trek open gebiedende wijs
trok open verleden tijd
waart opengetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opengetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opengetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opengetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opengetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opengetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opengetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opengetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opengetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opengetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opengetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opengetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opengetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opengetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opengetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opengetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opengetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opengetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opengetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opengetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opengetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opengetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opengetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opentrekken bijzin, toekomende tijd
zijn opengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opengetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opengetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opengetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opentrekken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opentrekken open zou(dt) trekken bijzin, voorwaardelijk
zouden opengetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opengetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opengetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opengetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opengetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opengetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opentrekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt opengetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opengetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opentrekken bijzin, voorwaardelijk
zullen opengetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opengetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opengetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opengetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opengetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opengetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opentrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opentrekken bijzin, toekomende tijd
zult opengetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van open en trekken

Woordfamilie van opentrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opengetrokken voltooid deelwoord opentrekken
opentrek subordinate-clause, tegenwoordige tijd opentrekken
opentrekke with-subordinate-clause opentrekken
opentrekkend onvoltooid deelwoord opentrekken
opentrekkende woordvorm opentrekken
opentrekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opentrekken
opentrok subordinate-clause, verleden tijd opentrekken
opentrokken subordinate-clause, verleden tijd opentrekken
trek open gebiedende wijs opentrekken
trekke open woordvorm opentrekken
trekken open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opentrekken
trekt open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opentrekken
trok open verleden tijd opentrekken
trokken open aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opentrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opentrekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opentrekken

Wat betekent opentrekken?
Opentrekken is een werkwoord. Het woord betekent: iets openen door te trekken.
Hoe vervoeg je opentrekken?
Je vervoegt opentrekken als volgt: het voltooid deelwoord is opengetrokken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opentrekken is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. T 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. K 3
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opentrekken levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. E 1
  4. N 1
  5. T 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. K 3
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opentrekken in het kort

opentrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van opentrekken zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort opentrekken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

opentrekken: iets openen door te trekken
Deel opentrekken — standaardnederlands.nl