opdreunen
werkwoordBetekenis
- op monotone wijze voordragen of voorlezen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van opdreunen
opdreunenhele werkwoord — dreunde opverleden tijd enkelvoud — dreunden opverleden tijd meervoud — opgedreundvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dreun op | dreunde op |
| jij | dreunt op | dreunde op |
| hij, zij, het | dreunt op | dreunde op |
| wij | dreunen op | dreunden op |
| jullie | dreunen op | dreunden op |
| zij | dreunen op | dreunden op |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben opgedreund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opgedreund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dreun op | gebiedende wijs |
| dreunde op | verleden tijd |
| er is opgedreund | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opgedreund | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opgedreund | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opgedreund | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opgedreund worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opgedreund zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opgedreund worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opgedreund zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opgedreund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opgedreund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opgedreund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opgedreund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opgedreund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opgedreund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opgedreund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opgedreund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgedreund | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opgedreund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opgedreund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opgedreund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opgedreund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgedreund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opgedreund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is opgedreund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opgedreund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| op te dreunen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| op te zullen dreunen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| op zal dreunen | bijzin, toekomende tijd |
| op zou dreunen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zouden dreunen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zoudt dreunen | bijzin, voorwaardelijk |
| op zullen dreunen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| op zullen dreunen | bijzin, toekomende tijd |
| op zult dreunen | bijzin, toekomende tijd |
| opdreun | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opdreunde | bijzin, verleden tijd |
| opdreunden | bijzin, verleden tijd |
| opdreunend | onvoltooid, deelwoord |
| opdreunt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opgedreund | verleden tijd, deelwoord |
| opgedreund te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgedreund te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opgedreund te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgedreund te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgedreund te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opgedreund worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgedreund zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opgedreund zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgedreund zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opgedreund zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben opgedreund | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opdreunen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opgedreund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgedreund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opgedreund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opgedreund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opgedreund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opgedreund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opgedreund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opgedreund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opgedreund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opgedreund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opgedreund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opgedreund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opgedreund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opgedreund | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opgedreund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opgedreund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opgedreund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opgedreund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opgedreund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opgedreund | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal opdreunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opdreunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opdreunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opdreunen | bijzin, toekomende tijd |
| zal opgedreund hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgedreund hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opgedreund hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opgedreund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgedreund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opgedreund zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opgedreund zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn opgedreund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opgedreund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opgedreund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opgedreund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opdreunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opdreunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opdreunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opdreunen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou opgedreund hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgedreund hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgedreund hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opgedreund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgedreund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opgedreund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgedreund zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opgedreund zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opgedreund zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) opdreunen op zou(dt) dreunen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opdreunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opdreunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opdreunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opdreunen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opgedreund hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgedreund hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgedreund hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgedreund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opgedreund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opgedreund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opgedreund zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opgedreund zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opgedreund zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt opdreunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opdreunen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opgedreund hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgedreund worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opgedreund zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen opdreunen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opdreunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opdreunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opdreunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opdreunen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen opgedreund hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgedreund hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgedreund hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgedreund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opgedreund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opgedreund worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opgedreund zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opgedreund zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opgedreund zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult opdreunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van op en dreunen
Woordfamilie van opdreunen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dreun op | gebiedende wijs | opdreunen |
| dreunde op | verleden tijd | opdreunen |
| dreunden op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opdreunen |
| dreune op | woordvorm | opdreunen |
| dreunen op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opdreunen |
| dreunt op | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opdreunen |
| opdreun | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opdreunen |
| opdreunde | subordinate-clause, verleden tijd | opdreunen |
| opdreunden | subordinate-clause, verleden tijd | opdreunen |
| opdreune | with-subordinate-clause | opdreunen |
| opdreunend | onvoltooid deelwoord | opdreunen |
| opdreunende | woordvorm | opdreunen |
| opdreunt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opdreunen |
| opgedreund | voltooid deelwoord | opdreunen |
| opgedreunde | woordvorm | opdreunen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opdreunen zijn vastgelegd.