Naar de inhoud

opdreunen

op monotone wijze voordragen of voorlezen

opdreunen

werkwoord

Betekenis

  1. op monotone wijze voordragen of voorlezen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van opdreunen

opdreunenhele werkwoord — dreunde opverleden tijd enkelvoud — dreunden opverleden tijd meervoud — opgedreundvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dreun op dreunde op
jij dreunt op dreunde op
hij, zij, het dreunt op dreunde op
wij dreunen op dreunden op
jullie dreunen op dreunden op
zij dreunen op dreunden op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgedreund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgedreund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dreun op gebiedende wijs
dreunde op verleden tijd
er is opgedreund impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgedreund impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgedreund impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgedreund impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgedreund worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgedreund zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgedreund worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgedreund zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgedreund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgedreund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgedreund voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgedreund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgedreund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgedreund voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgedreund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgedreund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgedreund actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgedreund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgedreund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgedreund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgedreund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgedreund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgedreund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgedreund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgedreund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te dreunen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen dreunen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal dreunen bijzin, toekomende tijd
op zou dreunen bijzin, voorwaardelijk
op zouden dreunen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt dreunen bijzin, voorwaardelijk
op zullen dreunen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen dreunen bijzin, toekomende tijd
op zult dreunen bijzin, toekomende tijd
opdreun bijzin, tegenwoordige tijd
opdreunde bijzin, verleden tijd
opdreunden bijzin, verleden tijd
opdreunend onvoltooid, deelwoord
opdreunt bijzin, tegenwoordige tijd
opgedreund verleden tijd, deelwoord
opgedreund te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgedreund te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgedreund te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgedreund te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgedreund te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgedreund worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgedreund zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgedreund zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgedreund zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgedreund zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben opgedreund actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opdreunen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgedreund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgedreund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgedreund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgedreund voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgedreund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgedreund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgedreund voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgedreund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgedreund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgedreund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgedreund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgedreund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgedreund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgedreund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgedreund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgedreund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgedreund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgedreund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgedreund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgedreund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opdreunen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opdreunen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opdreunen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opdreunen bijzin, toekomende tijd
zal opgedreund hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgedreund hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgedreund hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgedreund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgedreund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgedreund zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgedreund zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn opgedreund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgedreund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgedreund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgedreund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opdreunen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opdreunen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opdreunen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opdreunen bijzin, voorwaardelijk
zou opgedreund hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgedreund hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgedreund hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgedreund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgedreund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgedreund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgedreund zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgedreund zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgedreund zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) opdreunen op zou(dt) dreunen bijzin, voorwaardelijk
zouden opdreunen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opdreunen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opdreunen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opdreunen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgedreund hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgedreund hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgedreund hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgedreund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgedreund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgedreund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgedreund zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgedreund zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgedreund zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt opdreunen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opdreunen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgedreund hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgedreund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgedreund zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen opdreunen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opdreunen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opdreunen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opdreunen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opdreunen bijzin, toekomende tijd
zullen opgedreund hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgedreund hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgedreund hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgedreund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgedreund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgedreund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgedreund zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgedreund zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgedreund zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult opdreunen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op en dreunen

Woordfamilie van opdreunen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dreun op gebiedende wijs opdreunen
dreunde op verleden tijd opdreunen
dreunden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opdreunen
dreune op woordvorm opdreunen
dreunen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opdreunen
dreunt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opdreunen
opdreun subordinate-clause, tegenwoordige tijd opdreunen
opdreunde subordinate-clause, verleden tijd opdreunen
opdreunden subordinate-clause, verleden tijd opdreunen
opdreune with-subordinate-clause opdreunen
opdreunend onvoltooid deelwoord opdreunen
opdreunende woordvorm opdreunen
opdreunt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opdreunen
opgedreund voltooid deelwoord opdreunen
opgedreunde woordvorm opdreunen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opdreunen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opdreunen

Wat is de betekenis van opdreunen?
Opdreunen is een werkwoord. De betekenis is: op monotone wijze voordragen of voorlezen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik opdreunen?
Zo vervoeg je opdreunen zo: het voltooid deelwoord is opgedreund. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opdreunen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. D 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. U 4
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opdreunen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. D 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. U 2
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opdreunen in het kort

opdreunen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van opdreunen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opdreunen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opdreunen: op monotone wijze voordragen of voorlezen
Deel opdreunen — standaardnederlands.nl