opdracht
zelfstandig naamwoord ˈɔbdrɑxtBetekenis
- een (door een hogere autoriteit in de organisatie) opgelegde verplichting tot het verrichten van werk
- een taak die men voor een klant, tegen betaling, mag uitvoeren
Hoe spreek je opdracht uit?
/ˈɔbdrɑxt/
Opdracht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| b | bak |
| d | dak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- vermelding in een boek waarin staat voor wie het boek speciaal geschreven is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (opdrachtje) | verkleinwoord, enkelvoud |
| (opdrachtjes) | verkleinwoord, meervoud |
| opdrachten | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van opdragen met het achtervoegsel -t
Woordfamilie van opdracht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opdrachten | meervoud | opdracht |
| opdrachtje | woordvorm | opdracht |
| opdrachtjes | meervoud | opdracht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opdracht zijn vastgelegd.