bediening
zelfstandig naamwoord bəˈdinɪŋBetekenis
- de groep van personen die eten en of drinken brengen in een horecagelegenheid
- het bedienen van een apparaat
- ambt, post of kerkelijke functie
- het toedienen van de sacramenten der zieken, zalving
Hoe spreek je bediening uit?
/bəˈdinɪŋ/
Bediening bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| d | dak |
| i | riet |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- groep van personen die eten en of drinken brengen in een horecagelegenheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bedieningen | meervoud |
| bedieninkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bedieninkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
naamwoord van handeling van bedienen ww met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van bediening
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedieningen | meervoud | bediening |
| bedieninkje | verkleinwoord | bediening |
| bedieninkjes | verkleinwoord meervoud | bediening |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bediening zijn vastgelegd.