Naar de inhoud

ontvouwen

iets in detail verklaren

ontvouwen

werkwoord

Betekenis

  1. iets in detail verklaren
  2. iets los vouwen
  3. zichtbaar worden

Vervoeging van ontvouwen

ontvouwenhele werkwoord — ontvouwdeverleden tijd enkelvoud — ontvouwdenverleden tijd meervoud — ontvouwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontvouw ontvouwde
jij ontvouwt ontvouwde
hij, zij, het ontvouwt ontvouwde
wij ontvouwen ontvouwden
jullie ontvouwen ontvouwden
zij ontvouwen ontvouwden
Alle 182 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontvouwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontvouwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontvouwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontvouwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontvouwd impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontvouwd impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontvouwd impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontvouwd impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontvouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontvouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontvouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontvouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontvouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontvouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontvouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontvouwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontvouw gebiedende wijs
ontvouwd actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvouwd actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvouwd infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvouwd infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvouwd infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvouwd infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvouwd infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvouwd infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvouwd infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvouwd infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvouwd verleden tijd, deelwoord
ontvouwde verleden tijd
ontvouwe aanvoegende wijs
ontvouwen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvouwen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvouwen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
ontvouwen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
ontvouwen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
ontvouwen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
ontvouwen verleden tijd, deelwoord
ontvouwen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
ontvouwen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
ontvouwen voltooid, verleden tijd, derde persoon
ontvouwen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ontvouwen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ontvouwen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontvouwen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
ontvouwen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
ontvouwen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
ontvouwen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
ontvouwen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
ontvouwen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
ontvouwen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvouwen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvouwen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvouwen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvouwen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvouwen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
ontvouwen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
ontvouwen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
ontvouwen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ontvouwen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
ontvouwen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvouwen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
ontvouwen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
ontvouwen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
ontvouwen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
ontvouwen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
ontvouwen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
ontvouwen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvouwen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvouwen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvouwend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontvouwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontvouwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontvouwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontvouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontvouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontvouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontvouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontvouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontvouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontvouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontvouwd voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontvouwd voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontvouwd voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontvouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontvouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van ontvouwen

Vervoeging van ontvouwen

ontvouwenhele werkwoord — ontvouwdeverleden tijd enkelvoud — ontvouwdenverleden tijd meervoud — ontvouwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontvouw ontvouwde
jij ontvouwt ontvouwde
hij, zij, het ontvouwt ontvouwde
wij ontvouwen ontvouwden
jullie ontvouwen ontvouwden
zij ontvouwen ontvouwden
Alle 182 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontvouwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontvouwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontvouwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontvouwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontvouwd impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontvouwd impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontvouwd impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontvouwd impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontvouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontvouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontvouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontvouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontvouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontvouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontvouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontvouwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontvouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontvouw gebiedende wijs
ontvouwd actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvouwd actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvouwd infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvouwd infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvouwd infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvouwd infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvouwd infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvouwd infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvouwd infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvouwd infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvouwd verleden tijd, deelwoord
ontvouwde verleden tijd
ontvouwe aanvoegende wijs
ontvouwen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvouwen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvouwen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
ontvouwen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
ontvouwen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
ontvouwen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
ontvouwen verleden tijd, deelwoord
ontvouwen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
ontvouwen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
ontvouwen voltooid, verleden tijd, derde persoon
ontvouwen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ontvouwen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ontvouwen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ontvouwen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontvouwen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
ontvouwen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
ontvouwen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
ontvouwen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
ontvouwen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
ontvouwen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
ontvouwen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvouwen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontvouwen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvouwen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvouwen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvouwen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
ontvouwen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
ontvouwen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
ontvouwen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
ontvouwen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ontvouwen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
ontvouwen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontvouwen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
ontvouwen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
ontvouwen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
ontvouwen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
ontvouwen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
ontvouwen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
ontvouwen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvouwen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvouwen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvouwend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontvouwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontvouwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontvouwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontvouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontvouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontvouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontvouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontvouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontvouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontvouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontvouwd voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontvouwd voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontvouwd voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontvouwd enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontvouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontvouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van vouwen met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontvouwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontvouw gebiedende wijs ontvouwen
ontvouwd voltooid deelwoord ontvouwen
ontvouwde verleden tijd ontvouwen
ontvouwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontvouwen
ontvouwe aanvoegende wijs ontvouwen
ontvouwend onvoltooid deelwoord ontvouwen
ontvouwende woordvorm ontvouwen
ontvouwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontvouwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontvouwen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontvouwen

Wat is de betekenis van ontvouwen?
Ontvouwen is een werkwoord. De betekenis is: iets in detail verklaren. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontvouwen?
Zo vervoeg je ontvouwen zo: de tegenwoordige tijd is ontvouw, de verleden tijd is ontvouwde en het voltooid deelwoord is ontvouwd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontvouwen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. V 4
  5. O 1
  6. U 4
  7. W 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontvouwen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. V 4
  5. O 1
  6. U 2
  7. W 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontvouwen in het kort

ontvouwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontvouwen staan er 68 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontvouwen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontvouwen: iets in detail verklaren
Deel ontvouwen — standaardnederlands.nl