Naar de inhoud

onttakelen

het van een (zeil-)schip verwijderen of verliezen van tuig en uitrusting: masten, laadbomen, staand en lopend want, verlichting enz.

onttakelen

werkwoord

Betekenis

  1. het van een (zeil-)schip verwijderen of verliezen van tuig en uitrusting: masten, laadbomen, staand en lopend want, verlichting enz.
  2. het demonteren van een installatie

Vervoeging van onttakelen

onttakelenhele werkwoord — onttakeldeverleden tijd enkelvoud — onttakeldenverleden tijd meervoud — onttakeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik onttakel onttakelde
jij onttakelt onttakelde
hij, zij, het onttakelt onttakelde
wij onttakelen onttakelden
jullie onttakelen onttakelden
zij onttakelen onttakelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben onttakeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent onttakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is onttakeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was onttakeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd onttakeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt onttakeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal onttakeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal onttakeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou onttakeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou onttakeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had onttakeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had onttakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had onttakeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden onttakeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden onttakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden onttakeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt onttakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb onttakeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onttakeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben onttakeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onttakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben onttakeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt onttakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onttakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onttakeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is onttakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is onttakeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
onttakel gebiedende wijs
onttakeld verleden tijd, deelwoord
onttakeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onttakeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onttakeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onttakeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
onttakeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onttakeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onttakeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onttakeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onttakeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
onttakeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onttakelde verleden tijd
onttakele aanvoegende wijs
onttakelend onvoltooid, deelwoord
te hebben onttakeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te onttakelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen onttakelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart onttakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onttakeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren onttakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onttakeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was onttakeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was onttakeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was onttakeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd onttakeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd onttakeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd onttakeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden onttakeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden onttakeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden onttakeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt onttakeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word onttakeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden onttakeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden onttakeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden onttakeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt onttakeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt onttakeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal onttakeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onttakeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal onttakeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onttakeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onttakeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal onttakeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onttakeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onttakelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal onttakelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal onttakelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn onttakeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn onttakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn onttakeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt onttakeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou onttakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onttakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onttakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onttakeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onttakeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou onttakeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onttakeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onttakeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onttakeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onttakelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou onttakelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou onttakelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden onttakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden onttakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden onttakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onttakeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onttakeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onttakeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onttakeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden onttakeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden onttakeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onttakelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onttakelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onttakelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt onttakeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onttakeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onttakeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onttakelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen onttakeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen onttakeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen onttakeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onttakeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen onttakeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen onttakeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onttakeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen onttakeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen onttakeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onttakelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen onttakelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen onttakelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen onttakelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult onttakeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult onttakeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult onttakeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult onttakelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van takel met het voorvoegsel ont- met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van onttakelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
onttakel gebiedende wijs onttakelen
onttakeld voltooid deelwoord onttakelen
onttakelde verleden tijd onttakelen
onttakelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon onttakelen
onttakele aanvoegende wijs onttakelen
onttakelend onvoltooid deelwoord onttakelen
onttakelende woordvorm onttakelen
onttakelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon onttakelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onttakelen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over onttakelen

Wat is de betekenis van onttakelen?
Onttakelen is een werkwoord. De betekenis is: het van een (zeil-)schip verwijderen of verliezen van tuig en uitrusting: masten, laadbomen, staand en lopend want, verlichting enz. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik onttakelen?
Zo vervoeg je onttakelen zo: de tegenwoordige tijd is onttakel, de verleden tijd is onttakelde en het voltooid deelwoord is onttakeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord onttakelen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. A 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

onttakelen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. A 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 zonder bonus
  12. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

onttakelen in het kort

onttakelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van onttakelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort onttakelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

onttakelen: het van een (zeil-)schip verwijderen of verliezen van tuig en uitrusting: masten, laadbomen, staand en lopend want, verlichting enz.
Deel onttakelen — standaardnederlands.nl