Naar de inhoud

ontslapen

sterven

ontslapen

werkwoord

Betekenis

  1. sterven

werkwoord

  1. sterven# voltooid deelwoord van ontslapen euphemistic, formal, intransitive

Vervoeging van ontslapen

ontslapenhele werkwoord — ontsliepverleden tijd enkelvoud — ontsliepenverleden tijd meervoud — ontslapenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontslaap ontsliep
jij ontslaapt ontsliep
hij, zij, het ontslaapt ontsliep
wij ontslapen ontsliepen
jullie ontslapen ontsliepen
zij ontslapen ontsliepen
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben ontslapen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is ontslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontslapen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontslaap gebiedende wijs
ontslape aanvoegende wijs
ontslapen verleden tijd, deelwoord
ontslapen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontslapen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontslapend onvoltooid, deelwoord
ontsliep verleden tijd
te ontslapen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn ontslapen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontslapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontslapen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontslapen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontslapen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontslapen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal ontslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontslapen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontslapen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontslapen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ontslapen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ontslapen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontslapen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontslapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontslapen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontslapen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontslapen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontslapen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van slapen met het voorvoegsel ont-, in de betekenis van ‘sterven’ aangetroffen vanaf 1637

Woordfamilie van ontslapen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontslaap gebiedende wijs ontslapen
ontslaapt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontslapen
ontslape aanvoegende wijs ontslapen
ontslapend onvoltooid deelwoord ontslapen
ontslapende woordvorm ontslapen
ontsliep verleden tijd ontslapen
ontsliepen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontslapen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontslapen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over ontslapen

Wat is de betekenis van ontslapen?
Ontslapen is een werkwoord. De betekenis is: sterven. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontslapen?
Zo vervoeg je ontslapen zo: de tegenwoordige tijd is ontslaap, de verleden tijd is ontsliep en het voltooid deelwoord is ontslapen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontslapen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. A 1
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontslapen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. A 1
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontslapen in het kort

ontslapen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontslapen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontslapen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontslapen: sterven
Deel ontslapen — standaardnederlands.nl