Naar de inhoud

inslapen

in slapende toestand geraken

inslapen

werkwoord /ˈɪnslapə(n)/

Betekenis

  1. in slapende toestand geraken
  2. met een overdosis slaapmiddel een dier laten overlijden
  3. sterven, ontslapen
  4. suf, duf en niet oplettend worden

Hoe spreek je inslapen uit?

/ˈɪnslapən/

Inslapen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪnslapən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
s sok
l land
a maan
p pak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. laten ~ met een overdosis slaapmiddel een dier laten overlijden ergative, euphemistic
  2. doodgaan, overlijden, sterven euphemistic, intransitive

Vervoeging van inslapen

inslapenhele werkwoord — sliep inverleden tijd enkelvoud — sliepen inverleden tijd meervoud — ingeslapenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slaap in sliep in
jij slaapt in sliep in
hij, zij, het slaapt in sliep in
wij slapen in sliepen in
jullie slapen in sliepen in
zij slapen in sliepen in
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben ingeslapen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingeslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
in te slapen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen slapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal slapen bijzin, toekomende tijd
in zou slapen bijzin, voorwaardelijk
in zouden slapen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt slapen bijzin, voorwaardelijk
in zullen slapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen slapen bijzin, toekomende tijd
in zult slapen bijzin, toekomende tijd
ingeslapen verleden tijd, deelwoord
ingeslapen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeslapen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inslaap bijzin, tegenwoordige tijd
inslaapt bijzin, tegenwoordige tijd
inslapend onvoltooid, deelwoord
insliep bijzin, verleden tijd
insliepen bijzin, verleden tijd
insliept bijzin, verleden tijd
is ingeslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingeslapen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
slaap in gebiedende wijs
sliep in verleden tijd
te zijn ingeslapen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inslapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingeslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeslapen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingeslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeslapen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingeslapen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingeslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingeslapen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal ingeslapen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeslapen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingeslapen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inslapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inslapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inslapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inslapen bijzin, toekomende tijd
zijn ingeslapen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ingeslapen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingeslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingeslapen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingeslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingeslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inslapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inslapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inslapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inslapen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inslapen in zou(dt) slapen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingeslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inslapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inslapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inslapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inslapen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingeslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inslapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inslapen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingeslapen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeslapen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeslapen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inslapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inslapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inslapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inslapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inslapen bijzin, toekomende tijd
zult ingeslapen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult inslapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult inslapen bijzin, toekomende tijd
zult/zal inslapen in zult/zal slapen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in bw en slapen ww

Woordfamilie van inslapen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingeslapen voltooid deelwoord inslapen
inslaap subordinate-clause, tegenwoordige tijd inslapen
inslaapt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inslapen
inslape with-subordinate-clause inslapen
inslapend onvoltooid deelwoord inslapen
inslapende woordvorm inslapen
insliep subordinate-clause, verleden tijd inslapen
insliepen subordinate-clause, verleden tijd inslapen
slaap in gebiedende wijs inslapen
slaapt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inslapen
slape in woordvorm inslapen
slapen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inslapen
sliep in verleden tijd inslapen
sliepen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inslapen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inslapen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inslapen

Hoe spreek ik inslapen uit?
Zo spreek je inslapen uit: /ˈɪnslapə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van inslapen?
Inslapen is een werkwoord. De betekenis is: in slapende toestand geraken. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inslapen?
Zo vervoeg je inslapen zo: het voltooid deelwoord is ingeslapen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inslapen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. S 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. P 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inslapen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. S 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. P 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inslapen in het kort

inslapen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inslapen staan er 48 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inslapen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inslapen: in slapende toestand geraken
Deel inslapen — standaardnederlands.nl