Naar de inhoud

ontladen

iets (bijv. een dier, voertuig enz.) van zijn last ontdoen

ontladen

werkwoord

Betekenis

  1. iets (bijv. een dier, voertuig enz.) van zijn last ontdoen
  2. iets van zijn elektrische lading ontdoen

Vervoeging van ontladen

ontladenhele werkwoord — ontlaaddeverleden tijd enkelvoud — ontlaaddenverleden tijd meervoud — ontladenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontlaad ontlaadde
jij ontlaadt ontlaadde
hij, zij, het ontlaadt ontlaadde
wij ontladen ontlaadden
jullie ontladen ontlaadden
zij ontladen ontlaadden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontladen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontladen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontladen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontladen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontladen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontladen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontlaad gebiedende wijs
ontlaad me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
ontlaad u/je , ontlaadt je gebiedende wijs
ontlaadde verleden tijd
ontlaadde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
ontlaadde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
ontlaadde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
ontlaadde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
ontlaadde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
ontlaadde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
ontlaadde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
ontlaadden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
ontlaadden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
ontlaadden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
ontlaadt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
ontlaadt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
ontlaadt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ontlaadt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
ontlaadt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
ontlaadt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ontlade aanvoegende wijs
ontlade zich aanvoegende wijs
ontladen verleden tijd, deelwoord
ontladen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ontladen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ontladen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontladen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontladen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontladen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontladen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontladen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontladen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ontladen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontladen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontladen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontladen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontladend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontladen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me ontladen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal ontladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontladen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontladen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich ontladen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je ontladen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich ontladen hebben verleden tijd
zich ontladend onvoltooid, deelwoord
zijn ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je ontladen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons ontladen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ontladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van ontladen

Vervoeging van ontladen

ontladenhele werkwoord — ontlaaddeverleden tijd enkelvoud — ontlaaddenverleden tijd meervoud — ontladenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontlaad ontlaadde
jij ontlaadt ontlaadde
hij, zij, het ontlaadt ontlaadde
wij ontladen ontlaadden
jullie ontladen ontlaadden
zij ontladen ontlaadden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontladen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontladen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontladen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontladen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontladen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontladen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontlaad gebiedende wijs
ontlaad me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
ontlaad u/je , ontlaadt je gebiedende wijs
ontlaadde verleden tijd
ontlaadde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
ontlaadde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
ontlaadde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
ontlaadde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
ontlaadde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
ontlaadde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
ontlaadde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
ontlaadden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
ontlaadden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
ontlaadden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
ontlaadt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
ontlaadt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
ontlaadt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ontlaadt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
ontlaadt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
ontlaadt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ontlade aanvoegende wijs
ontlade zich aanvoegende wijs
ontladen verleden tijd, deelwoord
ontladen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ontladen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ontladen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontladen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontladen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontladen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontladen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontladen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontladen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ontladen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontladen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontladen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontladen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontladend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontladen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me ontladen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal ontladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontladen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontladen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich ontladen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je ontladen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich ontladen hebben verleden tijd
zich ontladend onvoltooid, deelwoord
zijn ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je ontladen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons ontladen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ontladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

Afgeleid van laden met het voorvoegsel ont-.

Woordfamilie van ontladen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontlaad gebiedende wijs ontladen
ontlaadde verleden tijd ontladen
ontlaadden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontladen
ontlaadt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontladen
ontlade aanvoegende wijs ontladen
ontladend onvoltooid deelwoord ontladen
ontladende woordvorm ontladen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontladen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over ontladen

Wat is de betekenis van ontladen?
Ontladen is een werkwoord. De betekenis is: iets (bijv. een dier, voertuig enz.) van zijn last ontdoen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontladen?
Zo vervoeg je ontladen zo: de tegenwoordige tijd is ontlaad, de verleden tijd is ontlaadde en het voltooid deelwoord is ontladen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontladen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontladen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontladen in het kort

ontladen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontladen staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontladen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontladen: iets (bijv. een dier, voertuig enz.) van zijn last ontdoen
Deel ontladen — standaardnederlands.nl