Naar de inhoud

ontkurken

een fles van de afsluitende kurk ondoen

ontkurken

werkwoord

Betekenis

  1. een fles van de afsluitende kurk ondoen

werkwoord

  1. een fles van de afsluitende kurk ontdoen transitive

Vervoeging van ontkurken

ontkurkenhele werkwoord — ontkurkteverleden tijd enkelvoud — ontkurktenverleden tijd meervoud — ontkurktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontkurk ontkurkte
jij ontkurkt ontkurkte
hij, zij, het ontkurkt ontkurkte
wij ontkurken ontkurkten
jullie ontkurken ontkurkten
zij ontkurken ontkurkten
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is ontkurkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontkurkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontkurkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontkurkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontkurkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontkurkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontkurkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontkurkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontkurkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontkurkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontkurkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontkurkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontkurkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontkurkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontkurkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontkurkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontkurkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontkurkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontkurkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontkurkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontkurkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontkurkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontkurkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontkurkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontkurk gebiedende wijs
ontkurke aanvoegende wijs
ontkurkend onvoltooid, deelwoord
ontkurkt verleden tijd, deelwoord
ontkurkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontkurkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontkurkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontkurkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontkurkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontkurkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontkurkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontkurkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontkurkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontkurkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontkurkte verleden tijd
te hebben ontkurkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontkurken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontkurken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren ontkurkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontkurkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontkurkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden ontkurkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden ontkurkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontkurkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal ontkurken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontkurken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontkurken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontkurkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontkurkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontkurkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontkurkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontkurkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ontkurkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou ontkurken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontkurken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontkurken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontkurkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontkurkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontkurkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontkurkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontkurkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontkurken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontkurken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontkurken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontkurkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontkurkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontkurkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontkurkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontkurkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontkurken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontkurkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontkurken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontkurken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontkurken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontkurken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontkurkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontkurkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontkurkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontkurkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontkurkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontkurken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontkurkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van kurk met het voorvoegsel ont-.

Woordfamilie van ontkurken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontkurk gebiedende wijs ontkurken
ontkurke aanvoegende wijs ontkurken
ontkurkend onvoltooid deelwoord ontkurken
ontkurkende woordvorm ontkurken
ontkurkt voltooid deelwoord ontkurken
ontkurkte verleden tijd ontkurken
ontkurkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontkurken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontkurken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontkurken

Wat is de betekenis van ontkurken?
Ontkurken is een werkwoord. De betekenis is: een fles van de afsluitende kurk ondoen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontkurken?
Zo vervoeg je ontkurken zo: de tegenwoordige tijd is ontkurk, de verleden tijd is ontkurkte en het voltooid deelwoord is ontkurkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontkurken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. K 3
  5. U 4
  6. R 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontkurken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. K 3
  5. U 2
  6. R 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontkurken in het kort

ontkurken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontkurken staan er 64 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontkurken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontkurken: een fles van de afsluitende kurk ondoen
Deel ontkurken — standaardnederlands.nl