Naar de inhoud

ontkerstenen

onchristelijk of minder christelijk maken

ontkerstenen

werkwoord ɔntˈkɛrstənə(n)

Betekenis

  1. onchristelijk of minder christelijk maken

Hoe spreek je ontkerstenen uit?

/ɔntˈkɛrstənən/

Ontkerstenen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ɔntˈkɛrstənən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
t tak
k kat
ɛ bed
r rood
s sok
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ontkerstenen

ontkerstenenhele werkwoord — ontkerstendeverleden tijd enkelvoud — ontkerstendenverleden tijd meervoud — ontkerstendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontkersten ontkerstende
jij ontkerstent ontkerstende
hij, zij, het ontkerstent ontkerstende
wij ontkerstenen ontkerstenden
jullie ontkerstenen ontkerstenden
zij ontkerstenen ontkerstenden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontkerstend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontkerstend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontkerstend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontkerstend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontkerstend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontkerstend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontkerstend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontkerstend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontkerstend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontkerstend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontkerstend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontkerstend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontkerstend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontkerstend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontkerstend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontkerstend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontkerstend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontkerstend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontkerstend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontkerstend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontkerstend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontkerstend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontkerstend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontkerstend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontkerstend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontkerstend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontkerstend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontkersten gebiedende wijs
ontkerstend verleden tijd, deelwoord
ontkerstend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontkerstend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontkerstend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontkerstend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontkerstend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontkerstend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontkerstend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontkerstend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontkerstend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontkerstend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontkerstende verleden tijd
ontkerstene aanvoegende wijs
ontkerstenend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontkerstend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontkerstenen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontkerstenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontkerstend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontkerstend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontkerstend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontkerstend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontkerstend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontkerstend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontkerstend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontkerstend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontkerstend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontkerstend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontkerstend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontkerstend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontkerstend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontkerstend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontkerstend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontkerstend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontkerstend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontkerstend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontkerstend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontkerstend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontkerstend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontkerstend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontkerstend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontkerstend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontkerstend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontkerstend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontkerstend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontkerstenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontkerstenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontkerstenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontkerstend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontkerstend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontkerstend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontkerstend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontkerstend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontkerstend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontkerstend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontkerstend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontkerstend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontkerstend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontkerstend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontkerstend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontkerstend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontkerstenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontkerstenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontkerstenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontkerstend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontkerstend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontkerstend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontkerstend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontkerstend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontkerstend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontkerstend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontkerstend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontkerstend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontkerstenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontkerstenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontkerstenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontkerstend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontkerstend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontkerstend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontkerstenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontkerstend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontkerstend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontkerstend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontkerstend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontkerstend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontkerstend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontkerstend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontkerstend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontkerstend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontkerstenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontkerstenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontkerstenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontkerstenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontkerstend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontkerstend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontkerstend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontkerstenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van kerstenen ww met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontkerstenen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontkersten gebiedende wijs ontkerstenen
ontkerstend voltooid deelwoord ontkerstenen
ontkerstende verleden tijd ontkerstenen
ontkerstenden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontkerstenen
ontkerstene aanvoegende wijs ontkerstenen
ontkerstenend onvoltooid deelwoord ontkerstenen
ontkerstenende woordvorm ontkerstenen
ontkerstent aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontkerstenen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontkerstenen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontkerstenen

Hoe spreek je ontkerstenen uit?
De uitspraak van ontkerstenen is: /ɔntˈkɛrstənə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent ontkerstenen?
Ontkerstenen is een werkwoord. Het woord betekent: onchristelijk of minder christelijk maken.
Hoe vervoeg je ontkerstenen?
Je vervoegt ontkerstenen als volgt: de tegenwoordige tijd is ontkersten, de verleden tijd is ontkerstende en het voltooid deelwoord is ontkerstend. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontkerstenen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. S 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. E 1
  12. N 1
  13. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontkerstenen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. S 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. E 1
  12. N 1
  13. 18 zonder bonus
  14. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontkerstenen in het kort

ontkerstenen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontkerstenen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontkerstenen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontkerstenen: onchristelijk of minder christelijk maken
Deel ontkerstenen — standaardnederlands.nl