Naar de inhoud

ontkalken

kalk van een metalen oppervlak, met name van de binnenkant van waterkokers e.d., verwijderen

ontkalken

werkwoord ɔntˈkɑlkə(n)

Betekenis

  1. kalk van een metalen oppervlak, met name van de binnenkant van waterkokers e.d., verwijderen

Hoe spreek je ontkalken uit?

/ɔntˈkɑlkən/

Ontkalken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ɔntˈkɑlkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
t tak
k kat
ɑ bad
l land
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ontkalken

ontkalkenhele werkwoord — ontkalkteverleden tijd enkelvoud — ontkalktenverleden tijd meervoud — ontkalktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontkalk ontkalkte
jij ontkalkt ontkalkte
hij, zij, het ontkalkt ontkalkte
wij ontkalken ontkalkten
jullie ontkalken ontkalkten
zij ontkalken ontkalkten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontkalkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontkalkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontkalkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontkalkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontkalkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontkalkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontkalkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontkalkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontkalkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontkalkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontkalkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontkalkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontkalkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontkalkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontkalkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontkalkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontkalk gebiedende wijs
ontkalke aanvoegende wijs
ontkalkend onvoltooid, deelwoord
ontkalkt verleden tijd, deelwoord
ontkalkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontkalkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontkalkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontkalkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontkalkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontkalkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontkalkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontkalkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontkalkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontkalkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontkalkte verleden tijd
te hebben ontkalkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontkalken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontkalken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontkalkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontkalkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontkalkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontkalkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontkalkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontkalkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontkalkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontkalkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontkalkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontkalkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontkalkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontkalkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontkalkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontkalkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontkalkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontkalkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontkalkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontkalkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontkalkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontkalkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontkalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontkalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontkalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontkalkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontkalkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontkalkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontkalkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontkalkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontkalkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontkalkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ontkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontkalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontkalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontkalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontkalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontkalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontkalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontkalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontkalkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontkalkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontkalkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontkalkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontkalkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontkalkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontkalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontkalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontkalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontkalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontkalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontkalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontkalkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontkalkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontkalkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontkalkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontkalkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontkalkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontkalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontkalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontkalkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontkalkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontkalken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontkalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontkalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontkalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontkalkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontkalkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontkalkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontkalkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontkalkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontkalkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontkalkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontkalkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontkalkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontkalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontkalkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontkalkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontkalkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Werkwoordelijke afleiding van kalk met het voorvoegsel ont-.

Woordfamilie van ontkalken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontkalk gebiedende wijs ontkalken
ontkalke aanvoegende wijs ontkalken
ontkalkend onvoltooid deelwoord ontkalken
ontkalkende woordvorm ontkalken
ontkalkt voltooid deelwoord ontkalken
ontkalkte verleden tijd ontkalken
ontkalkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontkalken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontkalken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontkalken

Hoe spreek ik ontkalken uit?
Zo spreek je ontkalken uit: /ɔntˈkɑlkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van ontkalken?
Ontkalken is een werkwoord. De betekenis is: kalk van een metalen oppervlak, met name van de binnenkant van waterkokers e.d., verwijderen.
Hoe vervoeg ik ontkalken?
Zo vervoeg je ontkalken zo: de tegenwoordige tijd is ontkalk, de verleden tijd is ontkalkte en het voltooid deelwoord is ontkalkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ontkalken?

Op ontkalken rijmen 4 woorden, onder andere balken, zwalken en verschalken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op ontkalken, uitspraak ɔntˈkɑlkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
balken 2
zwalken 2
verschalken 3
bezwalken 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontkalken is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. K 3
  5. A 1
  6. L 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontkalken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. K 3
  5. A 1
  6. L 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontkalken in het kort

ontkalken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontkalken staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontkalken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontkalken: kalk van een metalen oppervlak, met name van de binnenkant van waterkokers e.d., verwijderen
Deel ontkalken — standaardnederlands.nl