Naar de inhoud

zwalken

op zee ronddolen, dobberen

zwalken

werkwoord /ˈzʋɑl.kə(n)/

Betekenis

  1. op zee ronddolen, dobberen
  2. (bij uitbreiding) doelloos en ongecontroleerd zich voortbewegen

Hoe spreek je zwalken uit?

/ˈzwɑlkən/

Zwalken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈzwɑlkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
z zon
w quiz
ɑ bad
l land
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. doelloos en ongecontroleerd zich voortbewegen unergative

Vervoeging van zwalken

zwalkenhele werkwoord — zwalkteverleden tijd enkelvoud — zwalktenverleden tijd meervoud — gezwalktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zwalk zwalkte
jij zwalkt zwalkte
hij, zij, het zwalkt zwalkte
wij zwalken zwalkten
jullie zwalken zwalkten
zij zwalken zwalkten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gezwalkt verleden tijd, deelwoord
gezwalkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezwalkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezwalkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezwalkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezwalkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezwalkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezwalkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezwalkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezwalkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezwalkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezwalkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezwalkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezwalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezwalkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezwalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezwalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezwalkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezwalkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zwalken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
te zwalken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
zal gezwalkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezwalkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezwalkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zwalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zwalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zwalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gezwalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezwalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezwalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zwalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zwalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zwalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezwalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezwalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezwalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zwalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zwalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zwalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezwalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zwalken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezwalkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezwalkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezwalkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zwalken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zwalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zwalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zwalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezwalkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zwalken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zwalk gebiedende wijs
zwalke aanvoegende wijs
zwalkend onvoltooid, deelwoord
zwalkte verleden tijd

Herkomst

Herkomst onduidelijk, mogelijk een mengvorm van zwerven en walken. In de betekenis van ‘ronddolen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1784.

Woordfamilie van zwalken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezwalkt voltooid deelwoord zwalken
zwalk gebiedende wijs zwalken
zwalke aanvoegende wijs zwalken
zwalkende woordvorm zwalken
zwalkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zwalken
zwalkte verleden tijd zwalken
zwalkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zwalken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwalken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zwalken

Hoe spreek je zwalken uit?
De uitspraak van zwalken is: /ˈzʋɑl.kə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent zwalken?
Zwalken is een werkwoord. Het woord betekent: op zee ronddolen, dobberen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je zwalken?
Je vervoegt zwalken als volgt: de tegenwoordige tijd is zwalk, de verleden tijd is zwalkte en het voltooid deelwoord is gezwalkt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op zwalken?

In dit woordenboek rijmen 4 woorden op -alken op zwalken, zoals balken, ontkalken en verschalken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op zwalken, uitspraak ˈzwɑlkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
balken 2
ontkalken 3
verschalken 3
bezwalken 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zwalken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. W 5
  3. A 1
  4. L 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zwalken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 127 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. W 5
  3. A 1
  4. L 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 19 zonder bonus
  9. 127 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

zwalken telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zwalken in het kort

zwalken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van zwalken zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort zwalken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

zwalken: op zee ronddolen, dobberen
Deel zwalken — standaardnederlands.nl