Naar de inhoud

onthullen

van het hulsel ontdoen bij plechtige gelegenheden

onthullen

werkwoord ɔntˈhʏlə(n)

Betekenis

  1. van het hulsel ontdoen bij plechtige gelegenheden
  2. openbaren van onbekende feiten

Hoe spreek je onthullen uit?

/ɔntˈhʏlən/

Onthullen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ɔntˈhʏlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
t tak
h hoed
ʏ put
l land
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van onthullen

onthullenhele werkwoord — onthuldeverleden tijd enkelvoud — onthuldenverleden tijd meervoud — onthuldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik onthul onthulde
jij onthult onthulde
hij, zij, het onthult onthulde
wij onthullen onthulden
jullie onthullen onthulden
zij onthullen onthulden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben onthuld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent onthuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is onthuld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was onthuld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd onthuld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt onthuld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal onthuld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal onthuld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou onthuld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou onthuld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had onthuld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had onthuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had onthuld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden onthuld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden onthuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden onthuld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt onthuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb onthuld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onthuld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben onthuld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onthuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben onthuld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt onthuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onthuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onthuld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is onthuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is onthuld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
onthul gebiedende wijs
onthuld verleden tijd, deelwoord
onthuld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onthuld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onthuld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onthuld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
onthuld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onthuld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onthuld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onthuld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onthuld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
onthuld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onthulde verleden tijd
onthulle aanvoegende wijs
onthullend onvoltooid, deelwoord
te hebben onthuld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te onthullen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen onthullen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart onthuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onthuld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren onthuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onthuld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was onthuld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was onthuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was onthuld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd onthuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd onthuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd onthuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden onthuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden onthuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden onthuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt onthuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word onthuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden onthuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden onthuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden onthuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt onthuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt onthuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal onthuld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onthuld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal onthuld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onthuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onthuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal onthuld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onthuld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onthullen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal onthullen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal onthullen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn onthuld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn onthuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn onthuld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt onthuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou onthuld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onthuld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onthuld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onthuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onthuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou onthuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onthuld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onthuld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onthuld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onthullen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou onthullen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou onthullen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden onthuld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden onthuld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden onthuld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onthuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onthuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onthuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onthuld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden onthuld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden onthuld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onthullen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onthullen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onthullen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt onthuld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onthuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onthuld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onthullen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen onthuld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen onthuld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen onthuld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onthuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen onthuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen onthuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onthuld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen onthuld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen onthuld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onthullen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen onthullen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen onthullen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen onthullen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult onthuld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult onthuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult onthuld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult onthullen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van hullen met het voorvoegsel ont-.

Woordfamilie van onthullen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
onthul gebiedende wijs onthullen
onthuld voltooid deelwoord onthullen
onthulde verleden tijd onthullen
onthulden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon onthullen
onthulle aanvoegende wijs onthullen
onthult aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon onthullen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onthullen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over onthullen

Hoe spreek ik onthullen uit?
Zo spreek je onthullen uit: /ɔntˈhʏlə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van onthullen?
Onthullen is een werkwoord. De betekenis is: van het hulsel ontdoen bij plechtige gelegenheden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik onthullen?
Zo vervoeg je onthullen zo: de tegenwoordige tijd is onthul, de verleden tijd is onthulde en het voltooid deelwoord is onthuld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op onthullen?

In dit woordenboek rijmen 12 woorden op -ullen op onthullen, zoals vullen, lullen en zullen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op onthullen, uitspraak ɔntˈhʏlən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vullen 2
lullen 2
zullen 2
vervullen 3
brullen 2
verhullen 3
krullen 2
scullen 2
boerenlullen 4
burgerlullen 4
pullen 2
tullen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord onthullen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. H 4
  5. U 4
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

onthullen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. H 4
  5. U 2
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

onthullen in het kort

onthullen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van onthullen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort onthullen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

onthullen: van het hulsel ontdoen bij plechtige gelegenheden
Deel onthullen — standaardnederlands.nl