Naar de inhoud

ontgraven

door graven tevoorschijn brengen

ontgraven

werkwoord

Betekenis

  1. door graven tevoorschijn brengen

Vervoeging van ontgraven

ontgravenhele werkwoord — ontgroefverleden tijd enkelvoud — ontgroevenverleden tijd meervoud — ontgravenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontgraaf ontgroef
jij ontgraaft ontgroef
hij, zij, het ontgraaft ontgroef
wij ontgraven ontgroeven
jullie ontgraven ontgroeven
zij ontgraven ontgroeven
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had ontgraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontgraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontgraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontgraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontgraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontgraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontgraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontgraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontgraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontgraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontgraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontgraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontgraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontgraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontgraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontgraaf gebiedende wijs
ontgrave aanvoegende wijs
ontgraven verleden tijd, deelwoord
ontgraven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontgraven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontgravend onvoltooid, deelwoord
ontgroef verleden tijd
te hebben ontgraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontgraven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontgraven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontgraven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontgraven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontgraven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontgraven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontgraven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontgraven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontgraven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontgraven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van ontgraven

Vervoeging van ontgraven

ontgravenhele werkwoord — ontgroefverleden tijd enkelvoud — ontgroevenverleden tijd meervoud — ontgravenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontgraaf ontgroef
jij ontgraaft ontgroef
hij, zij, het ontgraaft ontgroef
wij ontgraven ontgroeven
jullie ontgraven ontgroeven
zij ontgraven ontgroeven
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had ontgraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontgraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontgraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontgraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontgraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontgraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontgraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontgraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontgraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontgraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontgraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontgraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontgraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontgraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontgraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontgraaf gebiedende wijs
ontgrave aanvoegende wijs
ontgraven verleden tijd, deelwoord
ontgraven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontgraven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontgravend onvoltooid, deelwoord
ontgroef verleden tijd
te hebben ontgraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontgraven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontgraven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontgraven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontgraven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontgraven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontgraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontgraven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontgraven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontgraven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontgraven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontgraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontgraven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van graven met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontgraven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontgraaf gebiedende wijs ontgraven
ontgraaft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontgraven
ontgrave aanvoegende wijs ontgraven
ontgravend onvoltooid deelwoord ontgraven
ontgravende woordvorm ontgraven
ontgroef verleden tijd ontgraven
ontgroeven aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontgraven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontgraven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontgraven

Wat betekent ontgraven?
Ontgraven is een werkwoord. Het woord betekent: door graven tevoorschijn brengen.
Hoe vervoeg je ontgraven?
Je vervoegt ontgraven als volgt: de tegenwoordige tijd is ontgraaf, de verleden tijd is ontgroef en het voltooid deelwoord is ontgraven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontgraven is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. G 3
  5. R 2
  6. A 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontgraven levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. G 3
  5. R 2
  6. A 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontgraven in het kort

ontgraven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontgraven zijn 31 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontgraven bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontgraven: door graven tevoorschijn brengen
Deel ontgraven — standaardnederlands.nl