onterven
werkwoordBetekenis
- bepalen dat iemand niet langer voor een deel in de erfenis in aanmerking komt
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van onterven
ontervenhele werkwoord — onterfdeverleden tijd enkelvoud — onterfdenverleden tijd meervoud — onterfdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | onterf | onterfde |
| jij | onterft | onterfde |
| hij, zij, het | onterft | onterfde |
| wij | onterven | onterfden |
| jullie | onterven | onterfden |
| zij | onterven | onterfden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben onterfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent onterfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is onterfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was onterfd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd onterfd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt onterfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal onterfd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal onterfd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou onterfd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou onterfd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had onterfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had onterfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had onterfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden onterfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden onterfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden onterfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt onterfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb onterfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onterfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben onterfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onterfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben onterfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt onterfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onterfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onterfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is onterfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is onterfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onterf | gebiedende wijs |
| onterfd | verleden tijd, deelwoord |
| onterfd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onterfd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onterfd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onterfd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onterfd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onterfd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onterfd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onterfd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onterfd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onterfd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onterfde | verleden tijd |
| onterve | aanvoegende wijs |
| ontervend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben onterfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te onterven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onterven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart onterfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onterfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren onterfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onterfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was onterfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was onterfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was onterfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd onterfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd onterfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd onterfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden onterfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden onterfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden onterfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt onterfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word onterfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden onterfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden onterfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden onterfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt onterfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt onterfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal onterfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onterfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onterfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onterfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onterfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal onterfd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onterfd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn onterfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn onterfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn onterfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt onterfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou onterfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onterfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onterfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onterfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onterfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou onterfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onterfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onterfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onterfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden onterfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onterfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onterfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onterfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onterfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onterfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onterfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onterfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onterfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt onterfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onterfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onterfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen onterfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onterfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onterfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onterfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onterfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onterfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onterfd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onterfd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onterfd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onterven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult onterfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onterfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onterfd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van erven met het voorvoegsel ont-
Woordfamilie van onterven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onterf | gebiedende wijs | onterven |
| onterfd | voltooid deelwoord | onterven |
| onterfde | verleden tijd | onterven |
| onterfden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | onterven |
| onterft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | onterven |
| onterve | aanvoegende wijs | onterven |
| ontervend | onvoltooid deelwoord | onterven |
| ontervende | woordvorm | onterven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onterven zijn vastgelegd.