Naar de inhoud

ontbloten

de bedekking van iets wegnemen, gewoonlijk een lichaamsdeel

ontbloten

werkwoord

Betekenis

  1. de bedekking van iets wegnemen, gewoonlijk een lichaamsdeel

Vervoeging van ontbloten

ontblotenhele werkwoord — ontblootteverleden tijd enkelvoud — ontbloottenverleden tijd meervoud — ontblootvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontbloot ontblootte
jij ontbloot ontblootte
hij, zij, het ontbloot ontblootte
wij ontbloten ontblootten
jullie ontbloten ontblootten
zij ontbloten ontblootten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontbloot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontbloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontbloot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontbloot impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontbloot impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontbloot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontbloot worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontbloot zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontbloot worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontbloot zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontbloot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontbloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontbloot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontbloot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontbloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontbloot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontbloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontbloot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontbloot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontbloot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontbloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontbloot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontbloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontbloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontbloot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontbloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontbloot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontbloot gebiedende wijs
ontbloot verleden tijd, deelwoord
ontbloot te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontbloot te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontbloot te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontbloot te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontbloot te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontbloot worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontbloot zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontbloot zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontbloot zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontbloot zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontblootte verleden tijd
ontblote aanvoegende wijs
ontblotend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontbloot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontbloten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontbloten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontbloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontbloot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontbloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontbloot voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontbloot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontbloot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontbloot voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontbloot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontbloot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontbloot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontbloot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontbloot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontbloot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontbloot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontbloot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontbloot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontbloot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontbloot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontbloot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontbloot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontbloot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontbloot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontbloot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontbloot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontbloot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontbloot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontbloot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontbloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontbloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontbloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontbloot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontbloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontbloot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontbloot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontbloot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontbloot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontbloot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontbloot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontbloot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontbloot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontbloot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontbloot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontbloot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontbloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontbloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontbloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontbloot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontbloot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontbloot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontbloot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontbloot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontbloot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontbloot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontbloot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontbloot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontbloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontbloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontbloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontbloot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontbloot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontbloot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontbloten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontbloot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontbloot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontbloot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontbloot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontbloot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontbloot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontbloot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontbloot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontbloot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontbloten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontbloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontbloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontbloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontbloot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontbloot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontbloot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontbloten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van bloot met het voorvoegsel ont-.

Woordfamilie van ontbloten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontblootte verleden tijd ontbloten
ontblootten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontbloten
ontblotend onvoltooid deelwoord ontbloten
ontblotende woordvorm ontbloten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontbloten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontbloten

Wat betekent ontbloten?
Ontbloten is een werkwoord. Het woord betekent: de bedekking van iets wegnemen, gewoonlijk een lichaamsdeel.
Hoe vervoeg je ontbloten?
Je vervoegt ontbloten als volgt: de tegenwoordige tijd is ontbloot, de verleden tijd is ontblootte en het voltooid deelwoord is ontbloot. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontbloten is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. B 3
  5. L 3
  6. O 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontbloten levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. B 4
  5. L 3
  6. O 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontbloten in het kort

ontbloten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontbloten zijn 73 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontbloten bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontbloten: de bedekking van iets wegnemen, gewoonlijk een lichaamsdeel
Deel ontbloten — standaardnederlands.nl