Naar de inhoud

ontaarden

overgaan in iets verkeerds

ontaarden

werkwoord

Betekenis

  1. overgaan in iets verkeerds

Vervoeging van ontaarden

ontaardenhele werkwoord — ontaarddeverleden tijd enkelvoud — ontaarddenverleden tijd meervoud — ontaardvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontaard ontaardde
jij ontaardt ontaardde
hij, zij, het ontaardt ontaardde
wij ontaarden ontaardden
jullie ontaarden ontaardden
zij ontaarden ontaardden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben ontaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is ontaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontaard gebiedende wijs
ontaard verleden tijd, deelwoord
ontaard te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontaard zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontaardde verleden tijd
ontaarde aanvoegende wijs
ontaardend onvoltooid, deelwoord
te ontaarden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn ontaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontaarden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal ontaard zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontaard zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontaard zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ontaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontaard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontaard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontaard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontaard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontaard zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontaard zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontaard zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontaarden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontaard zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van het werkwoord aarden met het voorvoegsel ont-.

Woordfamilie van ontaarden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontaardde verleden tijd ontaarden
ontaardden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontaarden
ontaardend onvoltooid deelwoord ontaarden
ontaardende woordvorm ontaarden
ontaardt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontaarden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontaarden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontaarden

Wat betekent ontaarden?
Ontaarden is een werkwoord. Het woord betekent: overgaan in iets verkeerds.
Hoe vervoeg je ontaarden?
Je vervoegt ontaarden als volgt: de tegenwoordige tijd is ontaard, de verleden tijd is ontaardde en het voltooid deelwoord is ontaard. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontaarden is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. A 1
  5. A 1
  6. R 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontaarden levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. A 1
  5. A 1
  6. R 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 zonder bonus
  11. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontaarden in het kort

ontaarden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontaarden zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontaarden bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontaarden: overgaan in iets verkeerds
Deel ontaarden — standaardnederlands.nl