onderspannen
werkwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- (de uiteinden van een cirkelboog) met elkaar verbinden
- ziek door een te lage belasting op geestelijk vlak of te saai werk
werkwoord
- met elkaar verbinden transitive
Vervoeging van onderspannen
onderspannenhele werkwoord — onderspandeverleden tijd enkelvoud — onderspandenverleden tijd meervoud — onderspannenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | onderspan | onderspande |
| jij | onderspant | onderspande |
| hij, zij, het | onderspant | onderspande |
| wij | onderspannen | onderspanden |
| jullie | onderspannen | onderspanden |
| zij | onderspannen | onderspanden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is onderspannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was onderspannen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd onderspannen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt onderspannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal onderspannen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal onderspannen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou onderspannen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou onderspannen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had onderspannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had onderspannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had onderspannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden onderspannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden onderspannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden onderspannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt onderspannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderspannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onderspan | gebiedende wijs |
| onderspande | verleden tijd |
| onderspanne | aanvoegende wijs |
| onderspannen | verleden tijd, deelwoord |
| onderspannen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderspannen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderspannen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderspannen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderspannen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderspannen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onderspannen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onderspannen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderspannen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderspannen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderspannend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben onderspannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te onderspannen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderspannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart onderspannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderspannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren onderspannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderspannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was onderspannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was onderspannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was onderspannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onderspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onderspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal onderspannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderspannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderspannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderspannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderspannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onderspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderspannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderspannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderspannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onderspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderspannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen onderspannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen onderspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderspannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderspannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderspannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult onderspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderspannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van onderspannen
Vervoeging van onderspannen
onderspannenhele werkwoord — onderspandeverleden tijd enkelvoud — onderspandenverleden tijd meervoud — onderspannenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | onderspan | onderspande |
| jij | onderspant | onderspande |
| hij, zij, het | onderspant | onderspande |
| wij | onderspannen | onderspanden |
| jullie | onderspannen | onderspanden |
| zij | onderspannen | onderspanden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is onderspannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was onderspannen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd onderspannen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt onderspannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal onderspannen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal onderspannen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou onderspannen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou onderspannen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had onderspannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had onderspannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had onderspannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden onderspannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden onderspannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden onderspannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt onderspannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderspannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onderspan | gebiedende wijs |
| onderspande | verleden tijd |
| onderspanne | aanvoegende wijs |
| onderspannen | verleden tijd, deelwoord |
| onderspannen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderspannen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderspannen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderspannen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderspannen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderspannen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onderspannen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onderspannen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderspannen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderspannen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderspannend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben onderspannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te onderspannen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderspannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart onderspannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderspannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren onderspannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderspannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was onderspannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was onderspannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was onderspannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt onderspannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onderspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onderspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal onderspannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderspannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt onderspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderspannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderspannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderspannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onderspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderspannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderspannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderspannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onderspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderspannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen onderspannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen onderspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderspannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderspannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderspannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult onderspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult onderspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderspannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderspannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van onder en spannen
Woordfamilie van onderspannen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderspan | gebiedende wijs | onderspannen |
| onderspande | verleden tijd | onderspannen |
| onderspanden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | onderspannen |
| onderspanne | aanvoegende wijs | onderspannen |
| onderspannend | onvoltooid deelwoord | onderspannen |
| onderspannende | woordvorm | onderspannen |
| onderspannener | woordvorm | onderspannen |
| onderspanneners | woordvorm | onderspannen |
| onderspannens | woordvorm | onderspannen |
| onderspannenst | woordvorm | onderspannen |
| onderspannenste | woordvorm | onderspannen |
| onderspant | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | onderspannen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderspannen zijn vastgelegd.