Naar de inhoud

omverrijden

door ertegenaan te rijden omgooien

omverrijden

werkwoord

Betekenis

  1. door ertegenaan te rijden omgooien

Vervoeging van omverrijden

omverrijdenhele werkwoord — reed omververleden tijd enkelvoud — reden omververleden tijd meervoud — omvergeredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rij omver reed omver
jij rijdt omver reed omver
hij, zij, het rijdt omver reed omver
wij rijden omver reden omver
jullie rijden omver reden omver
zij rijden omver reden omver
Alle 147 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omvergereden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omvergereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omvergereden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omvergereden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omvergereden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omvergereden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omvergereden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omvergereden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omvergereden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omvergereden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omvergereden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omvergereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omvergereden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omvergereden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omvergereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omvergereden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omvergereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omvergereden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omvergereden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omvergereden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omvergereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omvergereden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omvergereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omvergereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omvergereden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omvergereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omvergereden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
omver te rijden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omver te zullen rijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omver zal rijden bijzin, toekomende tijd
omver zou rijden bijzin, voorwaardelijk
omver zouden rijden bijzin, voorwaardelijk
omver zoudt rijden bijzin, voorwaardelijk
omver zullen rijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omver zullen rijden bijzin, toekomende tijd
omver zult rijden bijzin, toekomende tijd
omvergereden verleden tijd, deelwoord
omvergereden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omvergereden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omvergereden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omvergereden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omvergereden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omvergereden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omvergereden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omvergereden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omvergereden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omvergereden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omverreden bijzin, verleden tijd
omverreed bijzin, verleden tijd
omverrij bijzin, tegenwoordige tijd
omverrijd bijzin, tegenwoordige tijd
omverrijdend onvoltooid, deelwoord
omverrijdt bijzin, tegenwoordige tijd
reed omver verleden tijd
rij omver gebiedende wijs
rijd omver gebiedende wijs
te hebben omvergereden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omverrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omvergereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omvergereden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omvergereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omvergereden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omvergereden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omvergereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omvergereden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omvergereden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omvergereden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omvergereden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omvergereden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omvergereden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omvergereden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omvergereden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omvergereden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omvergereden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omvergereden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omvergereden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omvergereden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omvergereden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal omvergereden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omvergereden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omvergereden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omvergereden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omvergereden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal omvergereden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omvergereden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omverrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omverrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omverrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omverrijden bijzin, toekomende tijd
zijn omvergereden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omvergereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omvergereden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omvergereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omvergereden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omvergereden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omvergereden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omvergereden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omvergereden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou omvergereden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omvergereden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omvergereden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omvergereden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omverrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omverrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omverrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omverrijden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) omverrijden omver zou(dt) rijden bijzin, voorwaardelijk
zouden omvergereden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omvergereden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omvergereden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omvergereden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omvergereden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omvergereden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omvergereden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omvergereden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omvergereden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omverrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omverrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omverrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omverrijden bijzin, voorwaardelijk
zoudt omvergereden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omvergereden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omvergereden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omverrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omverrijden bijzin, voorwaardelijk
zullen omvergereden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omvergereden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omvergereden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omvergereden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omvergereden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omvergereden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omvergereden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omvergereden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omvergereden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omverrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omverrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omverrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omverrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Herkomst

samenstelling van omver en rijden

Woordfamilie van omverrijden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
omvergereden voltooid deelwoord omverrijden
omverreden subordinate-clause, verleden tijd omverrijden
omverreed subordinate-clause, verleden tijd omverrijden
omverrij subordinate-clause, tegenwoordige tijd omverrijden
omverrijd subordinate-clause, tegenwoordige tijd omverrijden
omverrijde with-subordinate-clause omverrijden
omverrijdend onvoltooid deelwoord omverrijden
omverrijdende woordvorm omverrijden
omverrijdt subordinate-clause, tegenwoordige tijd omverrijden
reden omver aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon omverrijden
reed omver verleden tijd omverrijden
rij omver gebiedende wijs omverrijden
rijd omver gebiedende wijs omverrijden
rijde omver woordvorm omverrijden
rijden omver aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon omverrijden
rijdt omver aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon omverrijden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omverrijden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over omverrijden

Wat is de betekenis van omverrijden?
Omverrijden is een werkwoord. De betekenis is: door ertegenaan te rijden omgooien.
Hoe vervoeg ik omverrijden?
Zo vervoeg je omverrijden zo: het voltooid deelwoord is omvergereden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omverrijden is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. V 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. R 2
  7. I 1
  8. J 4
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omverrijden levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. V 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. R 2
  7. I 2
  8. J 4
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

omverrijden in het kort

omverrijden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van omverrijden staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort omverrijden bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

omverrijden: door ertegenaan te rijden omgooien
Deel omverrijden — standaardnederlands.nl