omhoogvliegen
werkwoordBetekenis
- naar boven vliegen
- in de hoogte gedreven worden
Vervoeging van omhoogvliegen
omhoogvliegenhele werkwoord — vloog omhoogverleden tijd enkelvoud — vlogen omhoogverleden tijd meervoud — omhooggevlogenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vlieg omhoog | vloog omhoog |
| jij | vliegt omhoog | vloog omhoog |
| hij, zij, het | vliegt omhoog | vloog omhoog |
| wij | vliegen omhoog | vlogen omhoog |
| jullie | vliegen omhoog | vlogen omhoog |
| zij | vliegen omhoog | vlogen omhoog |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben omhooggevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omhooggevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is omhooggevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omhooggevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| omhoog te vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omhoog te zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhoog zal vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| omhoog zou vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| omhoog zouden vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| omhoog zoudt vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| omhoog zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhoog zullen vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| omhoog zult vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| omhooggevlogen | verleden tijd, deelwoord |
| omhooggevlogen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhooggevlogen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhoogvlieg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omhoogvliegend | onvoltooid, deelwoord |
| omhoogvliegt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omhoogvlogen | bijzin, verleden tijd |
| omhoogvloog | bijzin, verleden tijd |
| te zijn omhooggevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omhoogvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vlieg omhoog | gebiedende wijs |
| vloog omhoog | verleden tijd |
| waart omhooggevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omhooggevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omhooggevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omhooggevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omhooggevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omhooggevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omhooggevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal omhooggevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omhooggevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omhooggevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omhoogvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omhoogvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omhoogvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omhoogvliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omhooggevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn omhooggevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omhooggevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omhooggevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omhooggevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omhooggevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omhooggevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omhooggevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omhoogvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omhoogvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omhoogvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omhoogvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omhoogvliegen omhoog zou(dt) vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omhooggevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omhooggevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omhooggevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omhoogvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omhoogvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omhoogvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omhoogvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omhooggevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omhoogvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omhoogvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omhooggevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omhooggevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omhooggevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omhoogvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omhoogvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omhoogvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omhoogvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omhoogvliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zult omhooggevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omhoogvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult omhoogvliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal omhoogvliegen omhoog zult/zal vliegen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van omhoog en vliegen
Woordfamilie van omhoogvliegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omhooggevlogen | voltooid deelwoord | omhoogvliegen |
| omhoogvlieg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omhoogvliegen |
| omhoogvliege | with-subordinate-clause | omhoogvliegen |
| omhoogvliegend | onvoltooid deelwoord | omhoogvliegen |
| omhoogvliegende | woordvorm | omhoogvliegen |
| omhoogvliegt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omhoogvliegen |
| omhoogvlogen | subordinate-clause, verleden tijd | omhoogvliegen |
| omhoogvloog | subordinate-clause, verleden tijd | omhoogvliegen |
| vlieg omhoog | gebiedende wijs | omhoogvliegen |
| vliege omhoog | woordvorm | omhoogvliegen |
| vliegen omhoog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omhoogvliegen |
| vliegt omhoog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omhoogvliegen |
| vlogen omhoog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omhoogvliegen |
| vloog omhoog | verleden tijd | omhoogvliegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omhoogvliegen zijn vastgelegd.