Naar de inhoud

opstijgen

in de lucht omhooggaan

opstijgen

werkwoord ˈɔpstɛiɣə(n)

Betekenis

  1. in de lucht omhooggaan
  2. te paard stijgen

Hoe spreek je opstijgen uit?

/ˈɔpstɛixən/

Opstijgen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpstɛixən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
s sok
t tak
ɛi trein
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van opstijgen

opstijgenhele werkwoord — steeg opverleden tijd enkelvoud — stegen opverleden tijd meervoud — opgestegenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stijg op steeg op
jij stijgt op steeg op
hij, zij, het stijgt op steeg op
wij stijgen op stegen op
jullie stijgen op stegen op
zij stijgen op stegen op
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben opgestegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgestegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is opgestegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgestegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te stijgen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen stijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal stijgen bijzin, toekomende tijd
op zou stijgen bijzin, voorwaardelijk
op zouden stijgen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt stijgen bijzin, voorwaardelijk
op zullen stijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen stijgen bijzin, toekomende tijd
op zult stijgen bijzin, toekomende tijd
opgestegen verleden tijd, deelwoord
opgestegen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestegen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opsteeg bijzin, verleden tijd
opsteegt bijzin, verleden tijd
opstegen bijzin, verleden tijd
opstijg bijzin, tegenwoordige tijd
opstijgend onvoltooid, deelwoord
opstijgt bijzin, tegenwoordige tijd
steeg op verleden tijd
stijg op gebiedende wijs
te zijn opgestegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opstijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgestegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgestegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgestegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgestegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgestegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgestegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgestegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal opgestegen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgestegen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgestegen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opstijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opstijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opstijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opstijgen bijzin, toekomende tijd
zijn opgestegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn opgestegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgestegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgestegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgestegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opstijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opstijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opstijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opstijgen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opstijgen op zou(dt) stijgen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opstijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opstijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opstijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opstijgen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opstijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opstijgen bijzin, voorwaardelijk
zullen opgestegen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgestegen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgestegen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opstijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opstijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opstijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opstijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opstijgen bijzin, toekomende tijd
zult opgestegen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opstijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult opstijgen bijzin, toekomende tijd
zult/zal opstijgen op zult/zal stijgen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van op en stijgen

Woordfamilie van opstijgen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgestegen voltooid deelwoord opstijgen
opsteeg subordinate-clause, verleden tijd opstijgen
opstegen subordinate-clause, verleden tijd opstijgen
opstijg subordinate-clause, tegenwoordige tijd opstijgen
opstijge with-subordinate-clause opstijgen
opstijgt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opstijgen
steeg op verleden tijd opstijgen
stegen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opstijgen
stijg op gebiedende wijs opstijgen
stijge op woordvorm opstijgen
stijgen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opstijgen
stijgt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opstijgen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opstijgen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opstijgen

Hoe spreek je opstijgen uit?
De uitspraak van opstijgen is: /ˈɔpstɛiɣə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent opstijgen?
Opstijgen is een werkwoord. Het woord betekent: in de lucht omhooggaan. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je opstijgen?
Je vervoegt opstijgen als volgt: het voltooid deelwoord is opgestegen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opstijgen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. S 2
  4. T 2
  5. I 1
  6. J 4
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opstijgen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. I 2
  6. J 4
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opstijgen in het kort

opstijgen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van opstijgen zijn 48 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort opstijgen bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

opstijgen: in de lucht omhooggaan
Deel opstijgen — standaardnederlands.nl