omhoogslaan
werkwoord ɔmˈhoxslanBetekenis
- door slaan in de hoogte brengen
Hoe spreek je omhoogslaan uit?
/ɔmˈhoxslan/
Omhoogslaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| h | hoed |
| o | boot |
| x | acht |
| s | sok |
| l | land |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van omhoogslaan
omhoogslaanhele werkwoord — sloeg omhoogverleden tijd enkelvoud — sloegen omhoogverleden tijd meervoud — omhooggeslagenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sla omhoog | sloeg omhoog |
| jij | slaat omhoog | sloeg omhoog |
| hij, zij, het | slaat omhoog | sloeg omhoog |
| wij | slaan omhoog | sloegen omhoog |
| jullie | slaan omhoog | sloegen omhoog |
| zij | slaan omhoog | sloegen omhoog |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omhooggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omhooggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omhooggeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omhooggeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omhooggeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omhooggeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omhooggeslagen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omhooggeslagen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omhooggeslagen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omhooggeslagen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omhooggeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omhooggeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omhooggeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omhooggeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omhooggeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omhooggeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omhooggeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omhooggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omhooggeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omhooggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omhooggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omhooggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omhooggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omhooggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omhooggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omhooggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omhooggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| omhoog te slaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omhoog te zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhoog zal slaan | bijzin, toekomende tijd |
| omhoog zou slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| omhoog zouden slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| omhoog zoudt slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| omhoog zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhoog zullen slaan | bijzin, toekomende tijd |
| omhoog zult slaan | bijzin, toekomende tijd |
| omhooggeslagen | verleden tijd, deelwoord |
| omhooggeslagen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omhooggeslagen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omhooggeslagen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhooggeslagen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhooggeslagen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhooggeslagen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omhooggeslagen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omhooggeslagen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhooggeslagen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhooggeslagen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhoogsla | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omhoogslaand | onvoltooid, deelwoord |
| omhoogslaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omhoogsloeg | bijzin, verleden tijd |
| omhoogsloegen | bijzin, verleden tijd |
| sla omhoog | gebiedende wijs |
| sloeg omhoog | verleden tijd |
| te hebben omhooggeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omhoogslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omhooggeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omhooggeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omhooggeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omhooggeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omhooggeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omhooggeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omhooggeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omhooggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omhooggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omhooggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omhooggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omhooggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omhooggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omhooggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omhooggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omhooggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omhooggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omhooggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omhooggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omhooggeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omhooggeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omhooggeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omhooggeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omhooggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omhooggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omhooggeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omhooggeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omhoogslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omhoogslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omhoogslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omhoogslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omhooggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omhooggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omhooggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omhooggeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omhooggeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omhooggeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omhooggeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omhooggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omhooggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omhooggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omhooggeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omhooggeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omhooggeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omhoogslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omhoogslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omhoogslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omhoogslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omhoogslaan omhoog zou(dt) slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omhooggeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omhooggeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omhooggeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omhooggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omhooggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omhooggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omhooggeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omhooggeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omhooggeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omhoogslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omhoogslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omhoogslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omhoogslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omhooggeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omhooggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omhooggeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omhoogslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omhoogslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omhooggeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omhooggeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omhooggeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omhooggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omhooggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omhooggeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omhooggeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omhooggeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omhooggeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omhoogslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omhoogslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omhoogslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omhoogslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omhoogslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult omhooggeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van omhoog en slaan
Woordfamilie van omhoogslaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omhooggeslagen | voltooid deelwoord | omhoogslaan |
| omhoogsla | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omhoogslaan |
| omhoogslaand | onvoltooid deelwoord | omhoogslaan |
| omhoogslaande | woordvorm | omhoogslaan |
| omhoogslaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omhoogslaan |
| omhoogsloeg | subordinate-clause, verleden tijd | omhoogslaan |
| omhoogsloegen | subordinate-clause, verleden tijd | omhoogslaan |
| sla omhoog | gebiedende wijs | omhoogslaan |
| slaan omhoog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omhoogslaan |
| slaat omhoog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omhoogslaan |
| sloeg omhoog | verleden tijd | omhoogslaan |
| sloegen omhoog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omhoogslaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omhoogslaan zijn vastgelegd.