omhoogsteken
werkwoordBetekenis
- iets boven de gewone positie brengen, meestal met de bedoeling om het voor iedereen goed zichtbaar te maken
Vervoeging van omhoogsteken
omhoogstekenhele werkwoord — stak omhoogverleden tijd enkelvoud — staken omhoogverleden tijd meervoud — omhooggestokenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | steek omhoog | stak omhoog |
| jij | steekt omhoog | staakt omhoog |
| hij, zij, het | steekt omhoog | stak omhoog |
| wij | steken omhoog | staken omhoog |
| jullie | steken omhoog | staken omhoog |
| zij | steken omhoog | staken omhoog |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omhooggestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omhooggestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omhooggestoken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omhooggestoken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omhooggestoken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omhooggestoken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omhooggestoken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omhooggestoken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omhooggestoken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omhooggestoken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omhooggestoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omhooggestoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omhooggestoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omhooggestoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omhooggestoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omhooggestoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omhooggestoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omhooggestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omhooggestoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omhooggestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omhooggestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omhooggestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omhooggestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omhooggestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omhooggestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omhooggestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omhooggestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| omhoog te steken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omhoog te zullen steken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhoog zal steken | bijzin, toekomende tijd |
| omhoog zou steken | bijzin, voorwaardelijk |
| omhoog zouden steken | bijzin, voorwaardelijk |
| omhoog zoudt steken | bijzin, voorwaardelijk |
| omhoog zullen steken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhoog zullen steken | bijzin, toekomende tijd |
| omhoog zult steken | bijzin, toekomende tijd |
| omhooggestoken | verleden tijd, deelwoord |
| omhooggestoken te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omhooggestoken te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omhooggestoken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhooggestoken te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhooggestoken te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omhooggestoken worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omhooggestoken zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omhooggestoken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhooggestoken zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhooggestoken zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omhoogstaakt | bijzin, verleden tijd |
| omhoogstak | bijzin, verleden tijd |
| omhoogstaken | bijzin, verleden tijd |
| omhoogsteek | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omhoogsteekt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omhoogstekend | onvoltooid, deelwoord |
| stak omhoog | verleden tijd |
| steek omhoog | gebiedende wijs |
| te hebben omhooggestoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omhoogsteken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omhooggestoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omhooggestoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omhooggestoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omhooggestoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omhooggestoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omhooggestoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omhooggestoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omhooggestoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omhooggestoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omhooggestoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omhooggestoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omhooggestoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omhooggestoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omhooggestoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omhooggestoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omhooggestoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omhooggestoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omhooggestoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omhooggestoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omhooggestoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omhooggestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omhooggestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omhooggestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omhooggestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omhooggestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omhooggestoken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omhooggestoken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omhoogsteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omhoogsteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omhoogsteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omhoogsteken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omhooggestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omhooggestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omhooggestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omhooggestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omhooggestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omhooggestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omhooggestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omhooggestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omhooggestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omhooggestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omhooggestoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omhooggestoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omhooggestoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omhoogsteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omhoogsteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omhoogsteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omhoogsteken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omhoogsteken omhoog zou(dt) steken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omhooggestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omhooggestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omhooggestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omhooggestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omhooggestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omhooggestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omhooggestoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omhooggestoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omhooggestoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omhoogsteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omhoogsteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omhoogsteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omhoogsteken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omhooggestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omhooggestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omhooggestoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omhoogsteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omhoogsteken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omhooggestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omhooggestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omhooggestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omhooggestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omhooggestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omhooggestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omhooggestoken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omhooggestoken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omhooggestoken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omhoogsteken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omhoogsteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omhoogsteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omhoogsteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omhoogsteken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van omhoog bw en steken ww
Woordfamilie van omhoogsteken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omhooggestoken | voltooid deelwoord | omhoogsteken |
| omhoogstak | subordinate-clause, verleden tijd | omhoogsteken |
| omhoogstaken | subordinate-clause, verleden tijd | omhoogsteken |
| omhoogsteek | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omhoogsteken |
| omhoogsteekt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omhoogsteken |
| omhoogsteke | with-subordinate-clause | omhoogsteken |
| omhoogstekend | onvoltooid deelwoord | omhoogsteken |
| omhoogstekende | woordvorm | omhoogsteken |
| stak omhoog | verleden tijd | omhoogsteken |
| staken omhoog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omhoogsteken |
| steek omhoog | gebiedende wijs | omhoogsteken |
| steekt omhoog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omhoogsteken |
| steke omhoog | woordvorm | omhoogsteken |
| steken omhoog | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omhoogsteken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omhoogsteken zijn vastgelegd.