offeren
werkwoordBetekenis
- wijden aan, als offer aanbieden
- doden (van een dier)
- betalen (volkstaal)
- belasting betalen (volkstaal)
Vervoeging van offeren
offerenhele werkwoord — offerdeverleden tijd enkelvoud — offerdenverleden tijd meervoud — geofferdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | offer | offerde |
| jij | offert | offerde |
| hij, zij, het | offert | offerde |
| wij | offeren | offerden |
| jullie | offeren | offerden |
| zij | offeren | offerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geofferd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geofferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geofferd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geofferd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geofferd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geofferd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geofferd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geofferd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geofferd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geofferd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geofferd | verleden tijd, deelwoord |
| geofferd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geofferd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geofferd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geofferd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geofferd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geofferd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geofferd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geofferd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geofferd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geofferd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geofferd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geofferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geofferd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geofferd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geofferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geofferd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geofferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geofferd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geofferd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geofferd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geofferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geofferd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geofferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geofferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geofferd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geofferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geofferd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| offer | gebiedende wijs |
| offerde | verleden tijd |
| offere | aanvoegende wijs |
| offerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geofferd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te offeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen offeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geofferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geofferd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geofferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geofferd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geofferd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geofferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geofferd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geofferd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geofferd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geofferd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geofferd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geofferd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geofferd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geofferd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geofferd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geofferd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geofferd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geofferd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geofferd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geofferd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geofferd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geofferd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geofferd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geofferd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geofferd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geofferd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geofferd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal offeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal offeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal offeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geofferd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geofferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geofferd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geofferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geofferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geofferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geofferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geofferd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geofferd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geofferd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geofferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geofferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geofferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou offeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou offeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou offeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geofferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geofferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geofferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geofferd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geofferd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geofferd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geofferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geofferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geofferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden offeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden offeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden offeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geofferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geofferd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geofferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt offeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geofferd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geofferd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geofferd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geofferd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geofferd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geofferd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geofferd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geofferd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geofferd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen offeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen offeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen offeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen offeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geofferd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geofferd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geofferd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult offeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘(aan godheid) schenken’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van offeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geofferd | voltooid deelwoord | offeren |
| geofferde | woordvorm | offeren |
| offerde | verleden tijd | offeren |
| offerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | offeren |
| offere | aanvoegende wijs | offeren |
| offerend | onvoltooid deelwoord | offeren |
| offerende | woordvorm | offeren |
| offert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | offeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van offeren zijn vastgelegd.