Naar de inhoud

oculeren

een stukje bast (zonder hout) van een plant met een goed ontwikkeld oog en een stukje van het bladsteeltje, enten op de bast van een andere plant

oculeren

werkwoord

Betekenis

  1. een stukje bast (zonder hout) van een plant met een goed ontwikkeld oog en een stukje van het bladsteeltje, enten op de bast van een andere plant

Vervoeging van oculeren

oculerenhele werkwoord — oculeerdeverleden tijd enkelvoud — oculeerdenverleden tijd meervoud — geoculeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik oculeer oculeerde
jij oculeert oculeerde
hij, zij, het oculeert oculeerde
wij oculeren oculeerden
jullie oculeren oculeerden
zij oculeren oculeerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geoculeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geoculeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geoculeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geoculeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geoculeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geoculeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geoculeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geoculeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geoculeerd verleden tijd, deelwoord
geoculeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geoculeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geoculeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geoculeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geoculeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geoculeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geoculeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geoculeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geoculeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geoculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geoculeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geoculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geoculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geoculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geoculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geoculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geoculeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
oculeer gebiedende wijs
oculeerde verleden tijd
oculere aanvoegende wijs
oculerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geoculeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te oculeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen oculeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geoculeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geoculeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geoculeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal oculeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal oculeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal oculeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geoculeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geoculeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geoculeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou oculeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou oculeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou oculeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geoculeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geoculeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geoculeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden oculeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden oculeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden oculeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geoculeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt oculeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geoculeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geoculeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geoculeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen oculeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen oculeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen oculeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen oculeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geoculeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult oculeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘wijze van enten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1670

Woordfamilie van oculeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geoculeerd voltooid deelwoord oculeren
geoculeerde woordvorm oculeren
oculeer gebiedende wijs oculeren
oculeerde verleden tijd oculeren
oculeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon oculeren
oculeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon oculeren
oculere aanvoegende wijs oculeren
oculerend onvoltooid deelwoord oculeren
oculerende woordvorm oculeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oculeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over oculeren

Wat betekent oculeren?
Oculeren is een werkwoord. Het woord betekent: een stukje bast (zonder hout) van een plant met een goed ontwikkeld oog en een stukje van het bladsteeltje, enten op de bast van een andere plant.
Hoe vervoeg je oculeren?
Je vervoegt oculeren als volgt: de tegenwoordige tijd is oculeer, de verleden tijd is oculeerde en het voltooid deelwoord is geoculeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord oculeren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. C 5
  3. U 4
  4. L 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

oculeren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. C 5
  3. U 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

oculeren in het kort

oculeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van oculeren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort oculeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

oculeren: een stukje bast (zonder hout) van een plant met een goed ontwikkeld oog en een stukje van het bladsteeltje, enten op de bast van een andere plant
Deel oculeren — standaardnederlands.nl