inenten
werkwoordBetekenis
- iemand door middel van een injectie beschermen tegen een ziekte
Vervoeging van inenten
inentenhele werkwoord — entte inverleden tijd enkelvoud — entten inverleden tijd meervoud — ingeëntvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ent in | entte in |
| jij | ent in | entte in |
| hij, zij, het | ent in | entte in |
| wij | enten in | entten in |
| jullie | enten in | entten in |
| zij | enten in | entten in |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingeënt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingeënt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ent in | gebiedende wijs |
| entte in | verleden tijd |
| er is ingeënt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingeënt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingeënt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingeënt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingeënt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingeënt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingeënt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingeënt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingeënt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingeënt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingeënt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingeënt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingeënt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingeënt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingeënt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingeënt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingeënt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingeënt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingeënt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingeënt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingeënt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingeënt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingeënt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te enten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen enten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal enten | bijzin, toekomende tijd |
| in zou enten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden enten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt enten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen enten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen enten | bijzin, toekomende tijd |
| in zult enten | bijzin, toekomende tijd |
| inent | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inentend | onvoltooid, deelwoord |
| inentte | bijzin, verleden tijd |
| inentten | bijzin, verleden tijd |
| ingeënt | verleden tijd, deelwoord |
| ingeënt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingeënt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingeënt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeënt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeënt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeënt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingeënt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingeënt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingeënt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingeënt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is ingeënt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingeënt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingeënt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inenten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingeënt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingeënt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingeënt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingeënt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingeënt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingeënt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingeënt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingeënt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingeënt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingeënt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingeënt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingeënt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingeënt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingeënt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingeënt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingeënt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingeënt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingeënt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingeënt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingeënt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal inenten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inenten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inenten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inenten | bijzin, toekomende tijd |
| zal ingeënt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeënt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingeënt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingeënt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeënt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingeënt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeënt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn ingeënt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingeënt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingeënt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingeënt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou inenten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inenten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inenten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inenten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou ingeënt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeënt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeënt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingeënt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeënt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingeënt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeënt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeënt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeënt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) inenten in zou(dt) enten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden inenten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inenten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inenten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inenten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingeënt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingeënt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingeënt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingeënt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingeënt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingeënt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingeënt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingeënt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingeënt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt inenten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inenten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingeënt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingeënt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingeënt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen inenten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inenten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inenten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inenten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inenten | bijzin, toekomende tijd |
| zullen ingeënt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingeënt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingeënt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingeënt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingeënt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingeënt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingeënt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingeënt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingeënt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult inenten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult inenten | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in bw en enten ww
Woordfamilie van inenten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ent in | gebiedende wijs | inenten |
| ente in | woordvorm | inenten |
| enten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inenten |
| entte in | verleden tijd | inenten |
| entten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inenten |
| inent | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inenten |
| inente | with-subordinate-clause | inenten |
| inentend | onvoltooid deelwoord | inenten |
| inentende | woordvorm | inenten |
| inentte | subordinate-clause, verleden tijd | inenten |
| inentten | subordinate-clause, verleden tijd | inenten |
| ingeënt | voltooid deelwoord | inenten |
| ingeënte | woordvorm | inenten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inenten zijn vastgelegd.