nikker
zelfstandig naamwoord ˈnɪkərBetekenis
- een beledigende term voor 'neger', een oorspronkelijke donkerhuidige bewoner van Afrika ten zuiden van de Sahara
- een watergeest
- spaarzaam, zuinig
Hoe spreek je nikker uit?
/ˈnɪkər/
Nikker bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- laatdunkende term voor "neger", een oorspronkelijke, donkerhuidige bewoner van Afrika ten zuiden van de Sahara #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker. pejorative
- boze watergeest of duivel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nikkers | meervoud |
| nikkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nikkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands nicker, dat teruggaat op de Germaanse grondvorm *nikw-, *neigw- (wassen); in de betekenis van ‘boze watergeest, duivel’ voor het eerst aangetroffen in 1302 **[1] onder invloed van neger en nigger
Woordfamilie van nikker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nikkers | meervoud | nikker |
| nikkertje | verkleinwoord | nikker |
| nikkertjes | verkleinwoord meervoud | nikker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nikker zijn vastgelegd.