bikker
zelfstandig naamwoord 'bɪkərBetekenis
- souteneur
- arbeider die bikt (schraapt of hakt)
Hoe spreek je bikker uit?
/ˈbɪkər/
Bikker bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bikkers | meervoud |
Herkomst
afgeleid van bikken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van bikker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bikkers | meervoud | bikker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bikker zijn vastgelegd.