niks
onbepaald voornaamwoord, werkwoord nɪksBetekenis
- geen enkel ding
- geen enkel
- niets, noppes
- nee
Hoe spreek je niks uit?
/nɪks/
Niks bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| s | sok |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van niksen
- gebiedende wijs van niksen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van niksen
Vervoeging van niks
nikshele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘onbepaald voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1784