Naar de inhoud

neerkomen

omlaag komen, omlaag vallen

neerkomen

werkwoord /neːrkoːmən/

Betekenis

  1. omlaag komen, omlaag vallen
  2. op: uiteindelijk betekenen, kortom betekenen

Hoe spreek je neerkomen uit?

/nerkomən/

Neerkomen bestaat uit drie lettergrepen.

De tekens in /nerkomən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
n nek
e veel
r rood
k kat
o boot
m maan
ə de

werkwoord

  1. ~ op: uiteindelijk betekenen, kortom betekenen

Vervoeging van neerkomen

neerkomenhele werkwoord — kwam neerverleden tijd enkelvoud — kwamen neerverleden tijd meervoud — neergekomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kom neer kwam neer
jij komt neer kwaamt neer
hij, zij, het komt neer kwam neer
wij komen neer kwamen neer
jullie komen neer kwamen neer
zij komen neer kwamen neer
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had neergekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had neergekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had neergekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden neergekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden neergekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden neergekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt neergekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb neergekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben neergekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben neergekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben neergekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben neergekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt neergekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft neergekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft neergekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kom neer gebiedende wijs
kwam neer verleden tijd
neer te komen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
neer te zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
neer zal komen bijzin, toekomende tijd
neer zou komen bijzin, voorwaardelijk
neer zouden komen bijzin, voorwaardelijk
neer zoudt komen bijzin, voorwaardelijk
neer zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
neer zullen komen bijzin, toekomende tijd
neer zult komen bijzin, toekomende tijd
neergekomen verleden tijd, deelwoord
neergekomen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
neergekomen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
neerkom bijzin, tegenwoordige tijd
neerkomend onvoltooid, deelwoord
neerkomt bijzin, tegenwoordige tijd
neerkwaamt bijzin, verleden tijd
neerkwam bijzin, verleden tijd
neerkwamen bijzin, verleden tijd
te hebben neergekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen neerkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal neergekomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal neergekomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal neergekomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal neerkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal neerkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal neerkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal neerkomen bijzin, toekomende tijd
zou neergekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou neergekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou neergekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou neerkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou neerkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou neerkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou neerkomen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) neerkomen neer zou(dt) komen bijzin, voorwaardelijk
zouden neergekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden neergekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden neergekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden neerkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden neerkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden neerkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden neerkomen bijzin, voorwaardelijk
zoudt neergekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt neerkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt neerkomen bijzin, voorwaardelijk
zullen neergekomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen neergekomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen neergekomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen neerkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen neerkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen neerkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen neerkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen neerkomen bijzin, toekomende tijd
zult neergekomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult neerkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult neerkomen bijzin, toekomende tijd
zult/zal neerkomen neer zult/zal komen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van neer en komen

Woordfamilie van neerkomen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kom neer gebiedende wijs neerkomen
kome neer woordvorm neerkomen
komen neer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon neerkomen
komt neer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon neerkomen
kwam neer verleden tijd neerkomen
kwamen neer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon neerkomen
neergekomen voltooid deelwoord neerkomen
neerkom subordinate-clause, tegenwoordige tijd neerkomen
neerkome with-subordinate-clause neerkomen
neerkomend onvoltooid deelwoord neerkomen
neerkomende woordvorm neerkomen
neerkomt subordinate-clause, tegenwoordige tijd neerkomen
neerkwam subordinate-clause, verleden tijd neerkomen
neerkwamen subordinate-clause, verleden tijd neerkomen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neerkomen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over neerkomen

Hoe spreek je neerkomen uit?
De uitspraak van neerkomen is: /neːrkoːmən/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent neerkomen?
Neerkomen is een werkwoord. Het woord betekent: omlaag komen, omlaag vallen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je neerkomen?
Je vervoegt neerkomen als volgt: het voltooid deelwoord is neergekomen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord neerkomen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. K 3
  6. O 1
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

neerkomen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. K 3
  6. O 1
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

neerkomen in het kort

neerkomen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van neerkomen zijn 47 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort neerkomen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

neerkomen: omlaag komen, omlaag vallen
Deel neerkomen — standaardnederlands.nl