Naar de inhoud

naspeuren

nauwkeurig onderzoeken

naspeuren

werkwoord ˈnaspørə(n)

Betekenis

  1. nauwkeurig onderzoeken

Hoe spreek je naspeuren uit?

/ˈnaspørən/

Naspeuren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈnaspørən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
n nek
a maan
s sok
p pak
ø deur
r rood
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van naspeuren

naspeurenhele werkwoord — speurde naverleden tijd enkelvoud — speurden naverleden tijd meervoud — nagespeurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik speur na speurde na
jij speurt na speurde na
hij, zij, het speurt na speurde na
wij speuren na speurden na
jullie speuren na speurden na
zij speuren na speurden na
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben nagespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent nagespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is nagespeurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was nagespeurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd nagespeurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt nagespeurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal nagespeurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal nagespeurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou nagespeurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou nagespeurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had nagespeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had nagespeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had nagespeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden nagespeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden nagespeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden nagespeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt nagespeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb nagespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagespeurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben nagespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben nagespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt nagespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is nagespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is nagespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
na te speuren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
na te zullen speuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
na zal speuren bijzin, toekomende tijd
na zou speuren bijzin, voorwaardelijk
na zouden speuren bijzin, voorwaardelijk
na zoudt speuren bijzin, voorwaardelijk
na zullen speuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
na zullen speuren bijzin, toekomende tijd
na zult speuren bijzin, toekomende tijd
nagespeurd verleden tijd, deelwoord
nagespeurd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagespeurd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagespeurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagespeurd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagespeurd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagespeurd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagespeurd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagespeurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagespeurd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagespeurd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
naspeur bijzin, tegenwoordige tijd
naspeurde bijzin, verleden tijd
naspeurden bijzin, verleden tijd
naspeurend onvoltooid, deelwoord
naspeurt bijzin, tegenwoordige tijd
speur na gebiedende wijs
speurde na verleden tijd
te hebben nagespeurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen naspeuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart nagespeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagespeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren nagespeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagespeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was nagespeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was nagespeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was nagespeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd nagespeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd nagespeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd nagespeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden nagespeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden nagespeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden nagespeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt nagespeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word nagespeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden nagespeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden nagespeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden nagespeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt nagespeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt nagespeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal nagespeurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagespeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal nagespeurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nagespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal nagespeurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagespeurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal naspeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal naspeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal naspeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal naspeuren bijzin, toekomende tijd
zijn nagespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn nagespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn nagespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt nagespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou nagespeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagespeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagespeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nagespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou nagespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagespeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagespeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagespeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou naspeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou naspeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou naspeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou naspeuren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) naspeuren na zou(dt) speuren bijzin, voorwaardelijk
zouden nagespeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagespeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagespeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nagespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nagespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagespeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagespeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagespeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden naspeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden naspeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden naspeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden naspeuren bijzin, voorwaardelijk
zoudt nagespeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagespeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt naspeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt naspeuren bijzin, voorwaardelijk
zullen nagespeurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagespeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagespeurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nagespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nagespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagespeurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagespeurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagespeurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen naspeuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen naspeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen naspeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen naspeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen naspeuren bijzin, toekomende tijd
zult nagespeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van na bw en speuren ww

Woordfamilie van naspeuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
nagespeurd voltooid deelwoord naspeuren
nagespeurde woordvorm naspeuren
naspeur subordinate-clause, tegenwoordige tijd naspeuren
naspeurde subordinate-clause, verleden tijd naspeuren
naspeurden subordinate-clause, verleden tijd naspeuren
naspeure with-subordinate-clause naspeuren
naspeurend onvoltooid deelwoord naspeuren
naspeurende woordvorm naspeuren
naspeurt subordinate-clause, tegenwoordige tijd naspeuren
speur na gebiedende wijs naspeuren
speurde na verleden tijd naspeuren
speurden na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon naspeuren
speure na woordvorm naspeuren
speuren na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon naspeuren
speurt na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon naspeuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van naspeuren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over naspeuren

Hoe spreek je naspeuren uit?
De uitspraak van naspeuren is: /ˈnaspørə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent naspeuren?
Naspeuren is een werkwoord. Het woord betekent: nauwkeurig onderzoeken.
Hoe vervoeg je naspeuren?
Je vervoegt naspeuren als volgt: het voltooid deelwoord is nagespeurd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord naspeuren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. S 2
  4. P 3
  5. E 1
  6. U 4
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

naspeuren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. S 2
  4. P 4
  5. E 1
  6. U 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

naspeuren in het kort

naspeuren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van naspeuren zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort naspeuren bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

naspeuren: nauwkeurig onderzoeken
Deel naspeuren — standaardnederlands.nl