Naar de inhoud

nadrukken

een verdere oplage van een geschrift drukken

nadrukken is meer dan één woord

nadrukken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een verdere oplage van een geschrift drukken

Vervoeging van nadrukken

nadrukkenhele werkwoord — drukte naverleden tijd enkelvoud — drukten naverleden tijd meervoud — nagedruktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik druk na drukte na
jij drukt na drukte na
hij, zij, het drukt na drukte na
wij drukken na drukten na
jullie drukken na drukten na
zij drukken na drukten na
Alle 107 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
druk na gebiedende wijs
drukte na verleden tijd
er is nagedrukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was nagedrukt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd nagedrukt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt nagedrukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal nagedrukt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal nagedrukt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou nagedrukt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou nagedrukt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had nagedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had nagedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had nagedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden nagedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden nagedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden nagedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt nagedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb nagedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagedrukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben nagedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben nagedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt nagedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is nagedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
na te drukken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
na te zullen drukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
na zal drukken bijzin, toekomende tijd
na zou drukken bijzin, voorwaardelijk
na zouden drukken bijzin, voorwaardelijk
na zoudt drukken bijzin, voorwaardelijk
na zullen drukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
na zullen drukken bijzin, toekomende tijd
na zult drukken bijzin, toekomende tijd
nadruk bijzin, tegenwoordige tijd
nadrukkend onvoltooid, deelwoord
nadrukt bijzin, tegenwoordige tijd
nadrukte bijzin, verleden tijd
nadrukten bijzin, verleden tijd
nagedrukt verleden tijd, deelwoord
nagedrukt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagedrukt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagedrukt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagedrukt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagedrukt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagedrukt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagedrukt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagedrukt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagedrukt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagedrukt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben nagedrukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen nadrukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren nagedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was nagedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd nagedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden nagedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden nagedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt nagedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal nadrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal nadrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal nadrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal nadrukken bijzin, toekomende tijd
zal nagedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal nagedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nagedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal nagedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn nagedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou nadrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou nadrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou nadrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou nadrukken bijzin, voorwaardelijk
zou nagedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nagedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou nagedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) nadrukken na zou(dt) drukken bijzin, voorwaardelijk
zouden nadrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nadrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nadrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden nadrukken bijzin, voorwaardelijk
zouden nagedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt nadrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt nadrukken bijzin, voorwaardelijk
zoudt nagedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen nadrukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen nadrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nadrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nadrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen nadrukken bijzin, toekomende tijd
zullen nagedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult nadrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult nadrukken bijzin, toekomende tijd
zult nagedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal nadrukken na zult/zal drukken bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord nadruk

Herkomst

samenstelling van na bw en drukken ww

Woordfamilie van nadrukken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
druk na gebiedende wijs nadrukken
drukke na woordvorm nadrukken
drukken na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon nadrukken
drukt na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon nadrukken
drukte na verleden tijd nadrukken
drukten na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon nadrukken
nadrukke with-subordinate-clause nadrukken
nadrukkend onvoltooid deelwoord nadrukken
nadrukkende woordvorm nadrukken
nadrukt subordinate-clause, tegenwoordige tijd nadrukken
nadrukte subordinate-clause, verleden tijd nadrukken
nadrukten subordinate-clause, verleden tijd nadrukken
nagedrukt voltooid deelwoord nadrukken
nagedrukte woordvorm nadrukken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nadrukken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over nadrukken

Wat betekent nadrukken?
Nadrukken is een werkwoord. Het woord betekent: een verdere oplage van een geschrift drukken.
Hoe vervoeg je nadrukken?
Je vervoegt nadrukken als volgt: het voltooid deelwoord is nagedrukt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord nadrukken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. D 2
  4. R 2
  5. U 4
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

nadrukken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. D 2
  4. R 2
  5. U 2
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

nadrukken in het kort

nadrukken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van nadrukken zijn 78 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort nadrukken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

nadrukken: een verdere oplage van een geschrift drukken
Deel nadrukken — standaardnederlands.nl