naduiken
werkwoordBetekenis
- iets dat in het water valt duikend volgen
Vervoeging van naduiken
naduikenhele werkwoord — dook naverleden tijd enkelvoud — doken naverleden tijd meervoud — nagedokenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | duik na | dook na |
| jij | duikt na | dook na |
| hij, zij, het | duikt na | dook na |
| wij | duiken na | doken na |
| jullie | duiken na | doken na |
| zij | duiken na | doken na |
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben nagedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent nagedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dook na | verleden tijd |
| duik na | gebiedende wijs |
| ev. | gebiedende wijs |
| is nagedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is nagedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| na te duiken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| na te zullen duiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| na zal duiken | bijzin, toekomende tijd |
| na zou duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| na zouden duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| na zoudt duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| na zullen duiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| na zullen duiken | bijzin, toekomende tijd |
| na zult duiken | bijzin, toekomende tijd |
| nadoken | bijzin, verleden tijd |
| nadook | bijzin, verleden tijd |
| nadookt | bijzin, verleden tijd |
| naduik | bijzin, tegenwoordige tijd |
| naduikend | onvoltooid, deelwoord |
| naduikt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| nagedoken | verleden tijd, deelwoord |
| nagedoken te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagedoken zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te zijn nagedoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen naduiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart nagedoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nagedoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren nagedoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nagedoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was nagedoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was nagedoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was nagedoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal naduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal naduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal naduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal naduiken | bijzin, toekomende tijd |
| zal nagedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal nagedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn nagedoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn nagedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn nagedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn nagedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt nagedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou naduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou naduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou naduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou naduiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou nagedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) naduiken na zou(dt) duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden naduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden naduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden naduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden naduiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nagedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nagedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nagedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt naduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt naduiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt nagedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen naduiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen naduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen naduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen naduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen naduiken | bijzin, toekomende tijd |
| zullen nagedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nagedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nagedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult naduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult naduiken | bijzin, toekomende tijd |
| zult nagedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal naduiken na zult/zal duiken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van na bw en duiken ww
Woordfamilie van naduiken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doken na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | naduiken |
| dook na | verleden tijd | naduiken |
| duik na | gebiedende wijs | naduiken |
| duike na | woordvorm | naduiken |
| duiken na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | naduiken |
| duikt na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | naduiken |
| nadoken | subordinate-clause, verleden tijd | naduiken |
| nadook | subordinate-clause, verleden tijd | naduiken |
| naduik | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | naduiken |
| naduike | with-subordinate-clause | naduiken |
| naduikend | onvoltooid deelwoord | naduiken |
| naduikende | woordvorm | naduiken |
| naduikt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | naduiken |
| nagedoken | voltooid deelwoord | naduiken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van naduiken zijn vastgelegd.