Naar de inhoud

muteren

veranderen

muteren

werkwoord

Betekenis

  1. veranderen
  2. overgaan van een stem van het ene op het andere hexachord
  3. een proces van toevallige verandering in een deel van het genetisch materiaal ondergaan

Vervoeging van muteren

muterenhele werkwoord — muteerdeverleden tijd enkelvoud — muteerdenverleden tijd meervoud — gemuteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik muteer muteerde
jij muteert muteerde
hij, zij, het muteert muteerde
wij muteren muteerden
jullie muteren muteerden
zij muteren muteerden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gemuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gemuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gemuteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemuteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemuteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemuteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemuteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemuteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemuteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemuteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemuteerd verleden tijd, deelwoord
gemuteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemuteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemuteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemuteerd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemuteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemuteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemuteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemuteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemuteerd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemuteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gemuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gemuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
muteer gebiedende wijs
muteerde verleden tijd
mutere aanvoegende wijs
muterend onvoltooid, deelwoord
te muteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gemuteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen muteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gemuteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemuteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gemuteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemuteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gemuteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gemuteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gemuteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gemuteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gemuteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gemuteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gemuteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gemuteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gemuteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gemuteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gemuteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gemuteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gemuteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gemuteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gemuteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gemuteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gemuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gemuteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemuteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemuteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal muteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal muteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal muteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gemuteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gemuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gemuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gemuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gemuteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gemuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gemuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemuteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemuteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemuteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou muteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou muteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou muteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gemuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gemuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemuteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemuteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemuteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden muteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden muteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden muteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemuteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt muteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gemuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gemuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemuteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemuteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemuteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen muteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen muteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen muteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen muteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemuteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemuteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult muteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘veranderen’ voor het eerst aangetroffen in 1451

Woordfamilie van muteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
muteer gebiedende wijs muteren
muteerde verleden tijd muteren
muteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon muteren
muteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon muteren
mutere aanvoegende wijs muteren
muterend onvoltooid deelwoord muteren
muterende woordvorm muteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van muteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over muteren

Wat is de betekenis van muteren?
Muteren is een werkwoord. De betekenis is: veranderen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik muteren?
Zo vervoeg je muteren zo: de tegenwoordige tijd is muteer, de verleden tijd is muteerde en het voltooid deelwoord is gemuteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord muteren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. U 4
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

muteren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 94 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. U 2
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 94 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

muteren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

muteren in het kort

muteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van muteren staan er 60 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort muteren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

muteren: veranderen
Deel muteren — standaardnederlands.nl