muilkorven
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een hond een muilkorf aandoen om bijten onmogelijk te maken
- overdrachtelijk iemand beletten te spreken
Vervoeging van muilkorven
muilkorvenhele werkwoord — muilkorfdeverleden tijd enkelvoud — muilkorfdenverleden tijd meervoud — gemuilkorfdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | muilkorf | muilkorfde |
| jij | muilkorft | muilkorfde |
| hij, zij, het | muilkorft | muilkorfde |
| wij | muilkorven | muilkorfden |
| jullie | muilkorven | muilkorfden |
| zij | muilkorven | muilkorfden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gemuilkorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gemuilkorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gemuilkorfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemuilkorfd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemuilkorfd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemuilkorfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemuilkorfd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemuilkorfd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemuilkorfd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemuilkorfd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemuilkorfd | verleden tijd, deelwoord |
| gemuilkorfd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemuilkorfd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemuilkorfd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemuilkorfd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemuilkorfd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemuilkorfd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemuilkorfd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemuilkorfd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemuilkorfd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemuilkorfd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemuilkorfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemuilkorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemuilkorfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemuilkorfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemuilkorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemuilkorfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemuilkorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemuilkorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemuilkorfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemuilkorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemuilkorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemuilkorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemuilkorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemuilkorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemuilkorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gemuilkorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gemuilkorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| muilkorf | gebiedende wijs |
| muilkorfde | verleden tijd |
| muilkorve | aanvoegende wijs |
| muilkorvend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemuilkorfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te muilkorven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen muilkorven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gemuilkorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemuilkorfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gemuilkorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemuilkorfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gemuilkorfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gemuilkorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gemuilkorfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gemuilkorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gemuilkorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gemuilkorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gemuilkorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gemuilkorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gemuilkorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gemuilkorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gemuilkorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gemuilkorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gemuilkorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gemuilkorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gemuilkorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gemuilkorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gemuilkorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemuilkorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemuilkorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gemuilkorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemuilkorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gemuilkorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemuilkorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal muilkorven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal muilkorven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal muilkorven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gemuilkorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gemuilkorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gemuilkorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gemuilkorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gemuilkorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemuilkorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemuilkorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gemuilkorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemuilkorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gemuilkorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemuilkorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemuilkorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemuilkorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou muilkorven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou muilkorven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou muilkorven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemuilkorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemuilkorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemuilkorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemuilkorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gemuilkorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gemuilkorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemuilkorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemuilkorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemuilkorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden muilkorven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden muilkorven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden muilkorven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemuilkorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemuilkorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemuilkorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt muilkorven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemuilkorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemuilkorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemuilkorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemuilkorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gemuilkorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gemuilkorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemuilkorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemuilkorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemuilkorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen muilkorven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen muilkorven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen muilkorven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen muilkorven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemuilkorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemuilkorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemuilkorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult muilkorven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord muilkorf
Herkomst
Afleiding van muilkorf met '-en'
Woordfamilie van muilkorven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemuilkorfd | voltooid deelwoord | muilkorven |
| gemuilkorfde | woordvorm | muilkorven |
| muilkorfde | verleden tijd | muilkorven |
| muilkorfden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | muilkorven |
| muilkorft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | muilkorven |
| muilkorve | aanvoegende wijs | muilkorven |
| muilkorvend | onvoltooid deelwoord | muilkorven |
| muilkorvende | woordvorm | muilkorven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van muilkorven zijn vastgelegd.