monsteren
werkwoordBetekenis
- aanmonsteren
- (iemand) in dienst nemen
- grondig onderzoeken, inspecteren
werkwoord
- in dienst nemen transitive
Vervoeging van monsteren
monsterenhele werkwoord — monsterdeverleden tijd enkelvoud — monsterdenverleden tijd meervoud — gemonsterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | monster | monsterde |
| jij | monstert | monsterde |
| hij, zij, het | monstert | monsterde |
| wij | monsteren | monsterden |
| jullie | monsteren | monsterden |
| zij | monsteren | monsterden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gemonsterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemonsterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemonsterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemonsterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemonsterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemonsterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemonsterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemonsterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemonsterd | verleden tijd, deelwoord |
| gemonsterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemonsterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemonsterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemonsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemonsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemonsterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemonsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemonsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemonsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemonsterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| monster | gebiedende wijs |
| monsterde | verleden tijd |
| monstere | aanvoegende wijs |
| monsterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemonsterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te monsteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen monsteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal monsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal monsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal monsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou monsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou monsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou monsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden monsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden monsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden monsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt monsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen monsteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen monsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen monsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen monsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult monsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘keuren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1376
Woordfamilie van monsteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemonsterd | voltooid deelwoord | monsteren |
| gemonsterde | woordvorm | monsteren |
| monsterde | verleden tijd | monsteren |
| monsterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | monsteren |
| monstere | aanvoegende wijs | monsteren |
| monsterend | onvoltooid deelwoord | monsteren |
| monsterende | woordvorm | monsteren |
| monstert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | monsteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van monsteren zijn vastgelegd.