monster
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈmɔnstərBetekenis
- schrikwekkend wezen
- een kleine hoeveelheid willekeurig ontnomen aan een grotere massa
- iets dat vertoond wordt als een proefstuk, een staal
- gedrocht.
Hoe spreek je monster uit?
/ˈmɔnstər/
Monster bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| monsters | meervoud |
| monstertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| monstertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van monsteren
- gebiedende wijs van monsteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van monsteren
Vervoeging van monster
monsterhele werkwoord
Herkomst
via Middelnederlands van Oudfrans monstre
Woordfamilie van monster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| monsters | meervoud | monster |
| monstertje | verkleinwoord | monster |
| monstertjes | verkleinwoord meervoud | monster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van monster zijn vastgelegd.